Luisteren en stilte

Luisteren en stilte

Misschien wel de grootste uitdaging van het leven: luisteren!

Geïnspireerd door het boek Stilte van Thich Nhat Hanh vraag ik mij af: Wat is luisteren?

Luisteren kan zijn luisteren naar je hart, de natuur en andere mensen. Naar anderen luisteren is een ander proberen te begrijpen. Proberen te begrijpen wat die ander zegt, verbaal en non-verbaal, bewust en onbewust. Er komt veel bij kijken, omdat we te maken hebben met energie van mensen en bewust en onbewust gedrag, wat niet altijd met elkaar overeen komt. Om een goede poging te kunnen doen om oprecht te luisteren is de intentie nodig om iemand te willen begrijpen, maar ook de stilte en ruimte om dit te kunnen doen. Luisteren betekent dat je ontvangt en om te ontvangen is ruimte nodig. Als deze ruimte er niet is dan kost het veel energie om te luisteren, en mogelijk tevergeefs.

Wordt er veel geluisterd door mensen? Op het werk en in de stad hoor ik veel gesprekken tussen mensen. Waarom praten mensen? Het kan bijvoorbeeld zijn om elkaar op ons gemak te laten voelen: het praten zelf heeft een functie en dan is het niet altijd van belang dat er diep geluisterd wordt. Het kan zijn om praktische informatie uit te wisselen: dit lukt vaak prima. Dit zijn gesprekken waar niet veel ruimte in jezelf voor nodig is, aangezien het niet de diepte in gaat. Overigens is ook in dit soort gesprekken een bepaalde aandacht nodig. Afleiding van een smartphone kan bijvoorbeeld dit type gesprekken verstoren. Vaak is duidelijk te zien dat dit mensen frustreert. Veel gesprekken lijken langs elkaar heen te gaan, waarbij het meer om beurten praten is dan reageren op wat de ander zegt. Of dit erg is voor dit type gesprekken: misschien niet, misschien wel. Dat kan een ieder voor zichzelf bepalen.

Op het moment echter dat gesprekken of discussies dieper gaan, belanden we op een abstracter vlak van het onder woorden brengen van emoties, gevoelens, diepere gedachten en drijfveren. Dat vergt natuurlijk meer ruimte! Dit geldt ook voor gesprekken met jezelf op dieper niveau. Gesprekken op dieper niveau lukken niet met afleiding of zonder ruimte. Of dit nu luisteren naar jezelf of anderen is.

Discussies of gesprekken worden interessant wanneer mensen echt proberen te luisteren en te begrijpen wat de ander zegt. Uiteindelijk leer je weinig nieuws van wat je zelf zegt, dit wist je immers al!

Het blijft echter lastig. We willen immers graag begrepen worden en daardoor zijn we geneigd eerst te zenden. Bij mij lijkt deze behoefte kleiner te worden wanneer ik goed naar mezelf luister. Mindfullness en meditatie kunnen daarbij helpen. Het kan een mooie uitdaging zijn eerst de ander proberen te begrijpen, hoe moeilijk het misschien ook is. Het is het zeker waard! En wie weet beantwoorden anderen dat door ook te luisteren.

Ik eindig graag met een quote van Thich Nhat Hanh:

Om juist spreken te kunnen beoefenen,
moeten we eerst de tijd nemen om
diep in onszelf en in degene tegenover ons te kijken,
dan kunnen onze woorden wederzijds begrip teweegbrengen
en het lijden in ons allebei verzachten.

De Boeddhist

Leeg zijn van inherent bestaan en het ego

Leeg zijn van inherent bestaan en het ego

Net als de illusies van een goochelaar, dromen en een maan weerspiegeld in water,
zijn alle wezens en hun omgevingen leeg van inherent bestaan.
Hoewel ze niet substantieel bestaan, rijzen ze allemaal op als luchtbellen in water.

– Gung Tang –

Dit thema uit het boeddhisme blijft mij ontzettend boeien, omdat het veel logica bevat. Het idee van leeg zijn van inherent bestaan en het ‘ik’ of ego als een illusie. In het boeddhisme wordt verteld hoe je na (zelf)onderzoek erachter komt dat het ‘ik’ en andere verschijnselen een inherent bestaan lijken te hebben, maar feitelijk leeg zijn van inherent bestaan. Wat betekent dit? Het is zoals een gezicht in een spiegel een gezicht lijkt te zijn, maar geen echt gezicht is. Het bestaat niet onafhankelijk, maar is afhankelijk van de andere kant van de spiegel.

Betekent dit dan dat ik niet besta? Nee, dit betekent vanuit het boeddhisme gezien dat ik en jij vergelijkbaar als een illusie bestaan. Mensen en dingen zijn daarmee leeg van een eigen, onafhankelijk fundament, maar ze zijn ook zeker niet niet-bestaand. Ze zijn namelijk wel te ervaren, zoals we elke dag merken!

Wat betekent dit dan wel? Er is een conflict tussen wat iets schijnt te zijn en wat het is. Door ons mee te laten slepen in de schijn van inherent bestaan, overdrijven we hoe belangrijk goede en slechte verschijnselen zijn en worden we gestuurd door lust, haat en verlangens. Deze ongunstige emoties kunnen verminderd worden door het besef van leeg zijn van inherent bestaan van mensen en dingen. Deze emoties zijn immers overdrijvingen van bepaalde percepties, zoals wanneer je boos bent op iemand en je alles negatief uitlegt ten aanzien van die persoon. Achteraf blijkt dit vaak overdreven.

Inzicht ontstaat volgens de Dalai Lama door de beoefening van leegte. Die leegte is misschien te vergelijken met het meer bekende idee ‘alles is relatief’. Hoe komt het dat een oorzaak in relatie staat tot zijn gevolg? Vanuit het boeddhisme is dit omdat de oorzaak geen eigen fundering bezit. Dan zou de oorzaak immers niet afhankelijk zijn van zijn gevolg. En het gevolg bestaat enkel door de oorzaak. De Boeddha concludeert dat ‘alles wat afhangt van condities leeg is van zijn eigen inherente bestaan’.

De volgende tekst van Nagarjuna sluit hierbij aan:
Een dader is afhankelijk van een daad,
En een daad bestaat in afhankelijkheid van een dader.
Behalve afhankelijk ontstaan zien we geen andere oorzaak voor hun fundering.

Dit leidt tot de vraag: hoe zelfstandig bestaan mensen en dingen? Alles is immers afhankelijk van andere dingen.

Laten we het ‘ik’ nader bekijken. Het ‘ik’ ontstaat in afhankelijkheid van geest en lichaam. Toch is het ‘ik’ niet de geest of/en het lichaam. De geest en het lichaam zijn ook niet het ‘ik’. Dit betekent dat het ‘ik’ afhangt van het conceptuele denken van de geest. Het ‘ik’ bestaat doordat de geest dit denkt. Het ‘ik’ hangt dus af van het denken en dit impliceert dat het ‘ik’ niet in en uit zichzelf bestaat. Het bestaat in afhankelijkheid van de geest.

Wat mij betreft interessante en relativerende materie om over na te denken! Maar dit zijn wel genoeg gedachten voor vanavond. ‘Ik’ ga proberen te slapen! 😉

De Boeddhist

Is boeddhisme moeilijk of juist makkelijk?

Is boeddhisme moeilijk of juist makkelijk?

Soms vraag ik mij weleens af: is het makkelijk om de principes van het boeddhisme uit te voeren of juist moeilijk? Maak ik dingen ingewikkeld of is het daadwerkelijk ingewikkeld? Ik vind het moeilijk ergens weinig van te vinden of ergens weinig gedachten bij te hebben.

Ik heb zojuist een wandelingetje gemaakt richting de supermarkt en er staat een prachtig laag zonnetje die mij meteen in een ontspannen en rustige staat brengt. Ik zie hierdoor geen donder, maar dat maakt even niet uit. Ik sta voor een stoplicht te wachten en kijk ondertussen naar de auto’s die, net als ik, voor hetzelfde stoplicht staan te wachten. De voetgangers mogen eerst oversteken en dus begin ik te lopen. Wanneer ik vervolgens langs de auto’s loop zie ik dat in drie van de vijf auto’s de bestuurder op zijn of haar smartphone bezig is. Één van die drie bestuurders zit daarbij niet eens alleen in de auto. Of dit het erger zou maken weet ik overigens niet.

In eerste instantie triggert dit beeld bij mij een soort frustratie en heb ik ook duidelijk een oordeel over dit gedrag. Ik vraag mij af waarom iemand het nodig zou vinden om op zo’n moment afleiding te zoeken op een smartphone. Hoe ontstaat zoiets? Vervolgens vraag ik mij af wie ik dan weer ben om daar iets van te vinden. Zou het mij dan weer beter maken dat ik zoiets niet zou doen? Kan ik hier wel iets van vinden of is dat arrogant gedrag? Wanneer mag je eigenlijk een mening hebben over iets en moet je dan zelf ook consequent zijn in je gedrag? Hoe zit dit nou met het boeddhisme en moet ik bij alles altijd maar zelf gaan bedenken hoe en wat? Is een mening hebben of geen mening hebben goed of juist niet? Of is het allemaal gewoon goed?

Ik reken af en ondertussen loop ik blijkbaar al weer terug naar huis. Ik merk dat ik het weer los laat en richt mij weer op het zonnetje in mijn ogen, waardoor ik nauwelijks wat zie. Ik ben weer ontspannen en rustig en licht. Ik ben gewoon weer. Misschien het beste maar ook zo.

De Boeddhist

Mindfullness: bewuste en niet-bewuste periodes

Mindfullness: Bewuste en niet-bewuste periodes

Ik heb erg genoten van het lezen van het boek Stilte van Thich Nhat Hanh, waar ik een korte review over heb geschreven in mijn boekenkast.

Wat me het meest is bijgebleven is onderstaand stuk tekst (vrij vertaald uit het boek):

Wanneer je de ruimte in jezelf opent merk je dat mensen je op komen zoeken om bij je te zijn. Je hoeft daarvoor helemaal niets te doen of te zeggen. Als je zelf oefent en zo ruimte en stilte in jezelf schept, zullen anderen zich aangetrokken voelen door de ruimte in je. Mensen zullen zich op hun gemak voelen als ze bij je zijn, vanwege de kwaliteit van je aanwezigheid.

Thich Nhat Hanh noemt dit de heilzame werking van niet-handelen. Je stopt met denken, brengt je geest terug in je lichaam en bent volledig aanwezig. Hij omschrijft het als een dynamische en creatieve staat van openheid, waarvoor je alleen maar heel wakker en helder dient te zitten.

Ik vind het een erg mooie omschrijving van wat ik zelf ervaar of juist niet ervaar in mijn leven. Ik ervaar dat mijn eigen ‘spirituele bewustzijn’, ‘ruimte’ of ‘mindfullness’ afwisselend aanwezig of minder aanwezig is.

Ik heb periodes gehad waarin ik veel mediteerde en erg bewust was van de omgeving. Ik voelde dan een rust in mijn hoofd en lichaam. Ik merkte dat ik meer open stond voor de omgeving en dat ik meer leuke en bijzondere ervaringen had, zoals bijvoorbeeld simpelweg spontane praatjes met mensen. Ook zag ik toen meer kans om mensen te helpen: ik zag het als mensen hulp nodig hadden in de supermarkt of iemand in tranen zat in de trein waarmee ik dan vervolgens een open gesprek had. Hierdoor had ik veel ‘spirituele’ ervaringen en gebruikte ik de ruimte en rust die ik zelf voelde in mijn hoofd en lichaam.

Ik heb ook periodes waarin ik een stuk minder bewust ben. Ik ben dan gefocust op mijn werk of sport en heb voor mijn gevoel niet genoeg energie of tijd voor ‘bewustzijn’. In deze periodes zou ik niet durven af te stappen op iemand die huilt in de trein. Ik zou dit dan zien als bemoeienis van mezelf, omdat ik dan met mijn hoofd over de situatie nadenk en niet op mijn eerste gevoel af ga. Ook loop ik eerder door als ik de mogelijkheid zie om iemand ergens mee te helpen. Mijn gevoel zegt dan alsnog wel dat ik zou moeten helpen, wat zorgt voor een interne discussie tussen mijn gedachten en mijn eerste gevoel.

Ik vind het verschil tussen de verschillende periodes interessant. Ik voel me beter bij de ‘bewuste’ periodes en wie ik dan ben, maar het lijkt alsof ik die andere periodes ook nodig heb of niet kan voorkomen. Het lijkt een verschil tussen dominantie van mijn hoofd (het denken) en mijn gevoel (hart). Het lijkt veel met stress en perceptie van tijd te maken te hebben. In de ‘drukke’ perioden neem je juist minder tijd om te stoppen, waardoor je minder bewust bent. In rustige perioden lukt dit natuurlijk veel makkelijker. Ik denk dus dat er dan toch nog een mooie uitdaging zit om juist even te stoppen en niet te handelen in de drukke perioden! Dit blijft wel erg lastig, maar vind ik een mooi streven! 🙂

Ik benieuwd naar hoe anderen dit ervaren. Ervaar jij ook verschillende perioden van ‘bewustheid’?

De Boeddhist

Werkdruk en stress: waar maak ik mij eigenlijk druk om?

Werkdruk en stress: waar maak ik mij eigenlijk druk om?

Werkdruk vind ik een ingewikkeld onderwerp. Er is namelijk veel dat je zelf kan doen aan werkdruk, maar het kan gevoelig liggen om dit hardop te zeggen. Soms lukt het namelijk niet (meer) om er zelf iets aan te doen. En dan is het natuurlijk vervelend om iemand te horen zeggen dat je dit allemaal in eigen hand hebt. Ik geloof dit echter wel, maar zeg daarbij ook direct dat het niet altijd lukt het zelf om te draaien en weer grip te krijgen op de werkdruk en stress. En dit hoeft ook niet, want hulp vragen en krijgen is nooit erg.

Als je (te) veel werkdruk ervaart, dan is de vraag wat dit precies is. Is dit extern of kun je hier zelf wat aan doen? Binnen je werk heb je te maken met allerlei factoren: je taken, verwachtingen van je baas en collega’s, verwachtingen van jezelf over bijvoorbeeld ontwikkeling, kwaliteit en snelheid. Uiteindelijk heb je maar een beperkte tijd om al je taken uit te voeren en ondertussen met al deze verwachtingen en de omgeving om te gaan. Een mooi recept dus voor drukte in je hoofd!

In theorie geldt dat als jij helder hebt wat jouw taken zijn en je weet hoeveel tijd je daarvoor beschikbaar hebt je je een beeld kunt vormen of het realistisch is dit aan te kunnen. Stel jouw taken passen duidelijk niet in de beschikbare tijd: beslis dan daadwerkelijk dat het niet mogelijk is en begin met ‘nee’ zeggen. Durf aan te geven dat je bepaalde taken niet met kwaliteit kan uitvoeren. Ga eerlijk in gesprek en bewaak je eigen tijd. Alleen jij kan aangeven wat er van je verwacht kan worden. Als er te veel verwacht wordt, kun je dit aangeven en vragen om prioritering bij je leidinggevende. Het is krachtig als jij goed je grenzen kan aangeven en laat zien dat je overzicht hebt over je eigen werk. De angst dat je hierop afgerekend wordt is vaak onterecht.

Bovenstaande klinkt natuurlijk leuk, maar in de praktijk is het natuurlijk ontzettend lastig. Maar wat maakt dit allemaal zo lastig? Het is ontzettend moeilijk om ‘nee’ te zeggen en dit is iets om te oefenen als je dit lastig vindt. Vaak hoor ik dat mensen ‘nee zeggen’ niet durven vanwege angst voor confrontatie en falen of door onzekerheid over eigen kwaliteiten. De mooiste gedachte voor jezelf is hierin denk ik dat je weet dat je uiteindelijk beter presteert door jezelf in bescherming te nemen. Je functioneert nu eenmaal beter als je niet volledig in de stress zit en niet constant het gevoel hebt dat het allemaal niet past.

Het is moeilijk om aan te geven dat jij je werk niet kunt doen in de tijd die je daarvoor hebt. Dit kan voelen als falen, omdat je mogelijk verwacht dat je dit zou moeten kunnen of denkt dat je leidinggevende dit vindt. Als het echter de realiteit is, dan is het zinloos dit te ontkennen. Je gaat dan harder lopen dan je kan en wordt gestrest, dit zorgt voor een gebrek aan concentratie, plezier en energie. Hierdoor krijg je minder gedaan dan als je rustig en betrekkelijk ontspannen zou werken aan minder taken. Je kunt je overigens afvragen wat anderen fijner zouden vinden: dat ze zien dat je je werk onder controle hebt of dat je gestrest rondloopt en gebukt gaat onder allerlei verwachtingen. Wat mij betreft is minder taken uitvoeren met een goede kwaliteit beter dan proberen heel veel taken (half) te doen. Ik denk dat een leidinggevende het hier mee eens is.

Perceptie lijkt bij werkdruk het meest belangrijke. Je hebt namelijk wat je in realiteit kan en daarnaast wat de verwachtingen zijn. Werkdruk gaat over die verwachtingen en de discrepantie tussen de verwachtingen en de realiteit. Als jij enkel een gezonde werkdruk en passende verwachtingen over jezelf hebt zul je beter presteren dan als je vindt dat je alles perfect en snel moet doen. Dit laatste is niet realistisch en gaat dus alleen maar spanning opleveren. Wat mij betreft is het eerste veel plezieriger en iets om naar toe te werken. Sommigen zijn wel gebaat bij meer spanning dan anderen, dus iedereen zal een balans moeten zoeken tussen hoeveel je verwacht van jezelf ten opzichte van hoeveel je kan.

Ik ben zelf ook met dit proces bezig en merk dat de meeste angsten onterecht zijn en veel gedachten over verwachtingen puur in mezelf zitten. Zelf heb ik het meeste moeite met niet te veel van mezelf verwachten op alle fronten. Er zit echter wel een balans in, want als ik de verwachtingen loslaat word ik naar mijn mening te lui en ben ik niet uitgedaagd. Er bewust mee bezig zijn helpt me in ieder geval wel! Verder probeer ik zelf steeds vaker aan te geven bij mijn leidinggevende wanneer ik prioritering nodig heb of te veel stress ervaar. Dit is erg lastig om te doen, maar is wel veel minder eng dan ik dacht! Ik ben gaan geloven in de kracht van kwetsbaarheid in dit soort situaties.

Concluderend raakt werkdruk veel thema’s waarin het boeddhisme kan helpen of interessante inzichten biedt, bijvoorbeeld als het gaat over verwachtingen van jezelf en anderen, negatieve gedachten, perceptie en gejaagdheid. Boeddhisme kan rust brengen en deze gedachten kunnen erg helpen in je werk. Meditatie en mindfullness kunnen helpen om meer ruimte in je hoofd te maken. Het helpt ook bij je energie, concentratie, creativiteit en je aandacht.

Ik kan hier nog lang over schrijven, maar gezien de lengte van het bericht hou het hier voor nu bij! Wat ik in ieder geval zelf concreet doe en wat mij ook helpt:
– Geloven in mijn intentie dat ik mijn best doe (naar mogelijkheden van de dag) en dat dat genoeg is.
– Mezelf gunnen de spanning er soms af te halen, een rondje te lopen, koffie te drinken en rond te kijken.
– Voelen hoe mijn energie is en hoe ik erbij zit (even terug naar de ademhaling en het lichaam).
– Eerst nee zeggen, en vervolgens kijken of bijvoorbeeld nieuwe taken toch passen.
– Vragen om prioritering als ik denk dat ik te weinig tijd heb voor mijn werkzaamheden of te veel stress ervaar.
– Fouten zijn niet leuk, maar wel nodig om te leren. Ik probeer ze uiteraard te voorkomen, maar ben niet bang om ze te maken.
– Lach, en geef humor en jezelf zijn ook lekker de ruimte!

De Boeddhist