Alan Watts – Tao, als water


Bekijk op bol.com
Dit boek van Alan watts gaat over de principes van de Tao. Op de achterkant staat dat het gaat over hoe deze principes te vinden zijn in de vloeiende patronen van water en het boek toont hoe de mens kan samenwerken met het natuurlijke verloop van de wereld. De essentie van Tao wordt door Alan Watts beschreven als de concrete ervaring van die harmonieuze levenshouding.

Ik kan me voorstellen dat dit niet meteen veel inzicht in de inhoud van het boek verschaft! Ik vroeg me dat persoonlijk in ieder geval erg af. Ik heb dit boek gelezen nadat ik het boek van de Tao zelf al had gelezen en ik vind het een bijzonder boek. Het boek is niet simpel om te lezen, maar wel erg interessant.

Het boek begint verrassend genoeg met een hoofdstuk over het Chinese schrift, waarbij het universele karakter van symbolen wordt behandeld. Het gaat over hoe symbolen veel meer duidelijk maken dan een lineair systeem; het Chinese schrift is immers veel minder lineair dan het alfabet zoals wij dat kennen. Alan Watts geeft aan dat het natuurlijke universum tevens geen lineair systeem is. Quote: ‘Het universum bestaat uit een oneindig aantal variabelen in een gelijktijdige wisselwerking, waardoor het een eeuwigheid zou duren om slechts een enkel moment ervan in een lineaire, alfabetische taal weer te geven.’ Alan Watts legt vervolgens de parallel tussen de problemen van de taal, waarbij niet alles onder woorden kan worden gebracht, en de taoïstische filosofie. Het boek van Lao Tse (boek van de Tao) begint met het zeggen dat de Tao die uitgesproken kan worden niet de eeuwige (of eigenlijke) Tao is. Het gaat er om dat de natuur niet in woorden te begrijpen is.

Vervolgens wordt ingegaan op de polariteit van Yin en Yang en hoe dit in het hart van het Chinese denken en voelen ligt. Het boek is dus erg breed en geeft ook meer inzicht in de Chinese cultuur. Na deze onderwerpen komt de Tao zelf uitgebreid aan bod. De Tao is het ‘spontane’, datgene wat vanuit zichzelf zo is. ‘De Tao is de weg, de stroom, de stuwende kracht of het proces van de natuur en ik noem het de weg van het water.‘ Het boek gaat ontspannen in op de Tao en zet aan tot nadenken hierover. Hierbij vind ik het zelf interessant dat het moeilijk is om iets niet in woorden te willen uitleggen en dat er altijd naar een verklaring wordt gezocht in de westerse cultuur.

Uiteindelijk worden nog een aantal begrippen behandeld, waaronder ‘Wu-wei’. Ik vind het laatste gedeelte zelf het meest interessante gedeelte. Het gaat over het principe van ‘niet-handelen’. ‘Wu-wei als niet-forceren betekent het meegaan met de stroom, varen door de wind in de zeilen te vangen.’ Het gaat dus over niet forceren of kunstmatig handelen. Het gaat ook over tegenstrijdigheden, zoals bijvoorbeeld het willen loslaten van controle op een gecontroleerde manier. Het laatste deel van het boek is erg interessant om over na te denken ten opzichte van zaken als werkstress, veel ‘dingen’ moeten doen en perfectionisme.

Ik kan nog lang over dit boek doorgaan, maar het is leuker dit zelf te ontdekken! De conclusie is dat ik het een erg interessant boek vind. In het begin leest het wat stroef, maar uiteindelijk bleef ik interessante quotes onderstrepen in het boek!

De Boeddhist


Kristofer Schipper – Lao Zi: Het boek van de Tao en de innerlijke kracht

Bekijk op bol.com

Dit boek is de vertaling van Kristofer Schipper van Het boek van de Tao en de innerlijke kracht van wijsgeer Lao Zi (ca. 604-507 v.Chr.). Het is één van de meest geliefde boeken ter wereld en wordt voornamelijk in China nog veel gelezen. Het boek gaat over de eeuwige Tao, die niet in woorden is uit te drukken (‘De eeuwige Tao kan niet in woorden worden uitgedrukt’  is de eerste zin van het boek).

Het boek begint met een helder introductie/samenvatting van wat het boek inhoudt. Dit is prettig, want het boek zelf bestaat uit 81 verzen en heeft dus geen standaard structuur. Het boek is te vergelijken met de bijbel. Na de introductie volgt de vertaling van de verschillende verzen/teksten van het boek. De tekst zelf wordt weergegeven met daarnaast een toelichting op wat het betekent. Het is duidelijk in opzet en interessante materie! Het neemt je mee in de tijdsgeest en toch zijn de ideeën toe te passen op de huidige tijd.

Na de vertaling van het boek van de Tao is er nog een kort essay opgenomen over de achtergronden van het boek van de Tao en de innerlijke kracht. Zelf vind ik dit wat minder interessant, aangezien het mij meer om de filosofie en ideeën van het boek gaat. Dit is meer voor liefhebbers van geschiedenis.

Er zitten veel ideeën en teksten in het boek om over na te denken. Het gaat bijvoorbeeld over verlangens, over dat woorden vaak tekort komen om de natuur te omschrijven, en over tegenstellingen en harmonie. Ik vond het concluderend erg boeiend om te lezen!

Ter illustratie een kleine quote uit het boek:
Wees eenvoudig,
bewaar je natuurlijkheid,

denk minder aan jezelf,
ontdoe je van begeerte.

Het is wat mij betreft een aanrader, omdat het Taoïsme echt weer wat anders is dan bijvoorbeeld het boeddhisme en hierdoor interessante andere inzichten biedt! Over het Taoïsme zelf is meer te vinden bij mijn uitleg over ‘Wat is Taoïsme?‘.

De Boeddhist


Patricia de Martelaere – Taoïsme (de weg om niet te volgen)

Afgelopen zomervakantie heb ik het boek Taoïsme gelezen van Patricia de Martelaere. Er zijn niet bijster veel Nederlandse boeken over het taoïsme, dus ik vind het leuk weer meer te leren over het taoïsme vanuit het Nederlands voordat ik over ga op Engelse boeken. Dit boek is vooral gericht op het onderzoeken van het filosofische aspect van de teksten van Lao Zi en Zhuang Zi. Patricia de Martelaere (1957-2009) was zelf onder andere filosofe en ze geeft in de inleiding aan een min of meer neutrale inleiding te bieden tot de basisteksten en ideeën van het ‘filosofische’ taoïsme en daarnaast wil ze ook haar eigen accenten leggen. Ik ben benieuwd!

Hoe begint het boek? Zoals de meeste boeken rondom het taoïsme begint het boek met een inleidende sectie over de Chinese taal. Waarom is dit eigenlijk het geval? De oorspronkelijke teksten van Lao Zi en Zhuang Zi zijn Chinees en vanwege het vertalen van de teksten, en de uitdagingen die daarbij horen, wordt vaak een korte uitleg over de Chinese taal gegeven. Dit is omdat de Chinese taal wezenlijk anders is dan de westerse taal zoals wij die kennen. De Chinese taal (het schrift) is abstracter en gebruikt symbolen, waardoor veel verschillende vertalingen mogelijk zijn en er derhalve veel interpretatie benodigd is om dit te vertalen. Dit boek geeft daarnaast ook uitleg over de Chinese geneeskunde en filosofie, wat een mooie toevoeging en verbreding is ten opzichte van andere boeken over taoïsme. De schrijfster was zelf beoefenaar van Tai Chi, waarbij ze ervoer hoe gedachten, gevoelens en lichaamsbewegingen met elkaar verbonden zijn. Zij ziet een samenhang tussen innerlijke training en algemene geneeskunde van het lichaam, waarbij organen elk een energetische (qi) functie hebben zoals bijvoorbeeld de lever leidt tot woede, hart tot vreugde en de milt tot piekeren.

Het boek leest prettig en redelijk gemakkelijk. Enige concentratie is wel benodigd om goed te lezen en te begrijpen wat er staat. De schrijfster geeft vooraf de moeilijkheid aan van het uiteenzetten van een denkkader dat nogal verschilt van het onze. Ze stelt dat eigenlijk alles tegelijkertijd verteld zou moeten worden, omdat ieder onderdeel slechts zijn volle betekenis kan krijgen vanuit het geheel. Dit kan als een waarschuwing worden opgevat voor het mogelijk niet ervaren van structuur in het boek. Persoonlijk heb ik hier geen last van gehad en vind ik het goed leesbaar wat betreft opbouw. Goed om op te merken is dat ik inmiddels al wel meerdere boeken heb gelezen over het taoïsme en ik bekend ben met de besproken thema’s. Persoonlijk zou ik de vertaling van K. Schipper aanraden als eerste boek voor de geïnteresseerde in het Taoïsme, om dan te volgen met dit boek.

Het boek is aandachtig geschreven, waarbij de tijd wordt genomen de verhalen goed weer te geven. Vanuit de verhalen van Lao Zi en Zhuang Zi wordt over de inzichten van het taoïsme verteld. Het gaat over thema’s zoals de Tao, yin en yang, ik-loosheid, vasten van het hart en energie. Een voorbeeldcitaat uit het boek over afhankelijkheid en perspectief is als volgt:

‘’Zowel in de ruimte als in de tijd blijkt immers dat maatstaven variabel zijn, en dat alles wat ‘groot’ kan worden genoemd toch weer kleiner wordt vanuit een ruimer perspectief. Is er een einde aan deze verruimbaarheid van ieder perspectief’’.

Er wordt in het taoïstische denken gespeeld met perspectief, paradoxen, het gebruik van woorden, en de afhankelijkheid van ‘dingen’. Komt er een einde aan het afwegen van dingen met ‘objectieve’ maatstaven? En is er iets voor te stellen dat echt onafhankelijk is en volledig op zichzelf staat?

Ik vind het een heel interessant boek vol met informatie en daardoor is er veel om op in te gaan. Ik zal hier kort ingaan op een gedeelte van het boek over spontaniteit om een beeld proberen te geven van de inhoud van het boek. De Chinese term, zi ran, wordt vertaald als de ‘natuur’ of het ‘vanzelf zo zijn’ van de dingen. Wat hiermee volgens de schrijfster bedoeld wordt is niet zozeer het zonder oorzaak zijn, maar het zonder (bewuste) bedoeling zijn en in die zin het ‘spontaan’ verlopen. Het onbegrensde en chaotische is waar geen onderscheidingen meer gelden. Het taoïsme lijkt te proberen om met woorden uit te leggen wat niet uit te leggen is met woorden. Dit levert een oefening in paradoxaal denken op. Dit denken is enigszins verwarrend, aangezien in het westerse denken objectieve criteria een belangrijke rol spelen. Eigenlijk maakt het niet uit of iets ‘groot’ of ‘goed’ of ‘nuttig’ kan worden genoemd, aangezien volgens de Martelaere geen enkele kwalificatie kan bestaan zonder referentiekader waarin ook het tegendeel onontbeerlijk is.

De ‘Allerhoogste mens’ wordt omschreven als zonder ‘ik’ of identiteit. Hij heeft geen naam en kan dus ook niet worden benoemd, is niet groot en niet klein, is niet wijs en niet dom. De Martelaere schrijft:

‘’Er is niets waar hij zich actief of doelbewust voor inzet en dus kan hij ook in niets mislukken. Er is niet echt nog iets wat hij wil, buiten datgene wat hij is.’’

Uiteindelijk is het taoïsme volgens de Martelaere weer terug te voeren naar innerlijke training. De schrijfster sluit af met de volgende taoïstische ‘training’:

‘’stilzitten, het beoefenen van niet-doen, het vergeten van het lichaam, leegmaken van het hart, afsluiten van de zintuigen, ademen vanuit de hielen en vasthouden aan het centrum – dit alles zo uitgevoerd dat het doel van deze activiteiten geen ander mag zijn dan deze activiteiten zelf.’’

Ze concludeert (met nuances) dat de taoïstische meditatie gaat om het inzicht (lichamelijk besef) waartoe stilzitten kan leiden, namelijk het principe van onveranderlijkheid in verandering, eenheid in veelheid en handeling zonder doelgerichtheid.

Bovenstaand is slechts een korte weergave van zo’n acht bladzijden van het boek, oftewel er is veel te ontdekken in het boek! Raak je geïnteresseerd van bovenstaande tekst of thema’s? Dan is dit boek over het taoïsme zeker een aanrader! Ik vind het waardevol en interessant om te leren over andere denkwijzen zoals het taoïsme, zonder de westerse houvast van waarheden die we gewend zijn. Het boek is goed geschreven, heeft een heldere boodschap en is tijdloos.

Ik eindig graag met het volgende citaat van Zhuang Zi over de onveranderlijkheid in verandering:

‘’De levenskracht is een onafgebroken galop die zich voorthaast, zich ombuigt bij iedere beweging en van minuut tot minuut verandert. Je vraagt wat je moet doen en laten? Ga gewoon mee met dit proces van verandering’’.

De Boeddhist

Geïnteresseerd in het boek? Als je het boek wilt bekijken of bestellen klik dan hier.