taoisme2_600

Principes van het taoïsme: over spontaniteit en innerlijke kracht (Te)

In mijn vorige blog over het taoïsme heb ik geschreven over de onderwerpen polariteit en niet-forceren. Dit blog kun je hier vinden. In dit blog wil ik het hebben over discussies, het ‘meegaan met de dingen’, spontaniteit en het begrip Te (innerlijke kracht). Als je eerst nog wat meer informatie over het taoïsme wilt kun je hier een kijkje nemen!

Discussies en het middelpunt

Geïnspireerd door de vertaling van Roeland Schweitzer in ‘Tao Te Tjing – het boek over vrede en vreugde’ wil ik eerst ingaan op de volgende teksten over het middelpunt zijn en over discussies:

Roeland Schweitzer, gedeelte uit tekst 14:
‘Alles ligt misschien wel als een cirkel om je heen.
Ben jij het middelpunt van jouw cirkel?
Dan ben ik het centrum van mijn cirkelen.
Je moeder is het centrum van haar cirkel. En een boom?
Daarvan zie je dat die het centrum is van zijn eigen cirkel.
Alles en iedereen is het middelpunt van een eigen wereld.
Alles is het middelpunt.’

Roeland Schweitzer, gedeelte uit tekst 20:
‘Welles, nietes, wat een dom spel.
Wat jij mooi vindt, dat vindt iemand anders lelijk.
Wat jij leuk vindt, dat vindt iemand anders raar.
Zodra jij de baas bent, wil iemand anders het worden.
Wat je ook zegt, altijd roept er wel iemand iets anders.’

Dit zijn simpele wijsheden vanuit het Taoïsme die eeuwen later nog altijd even relevant zijn. In de huidige samenleving spelen er allerlei discussies over zwarte piet, transgenders, politiek, immigratie, klimaatverandering en ga zo maar door.

Filosofische vragen die het taoïsme over polariteiten, zoals in bovenstaande discussies, stelt zijn: Hoe groot is het verschil tussen mooi en lelijk? En hoe ver liggen ja en nee eigenlijk van elkaar af? We weten immers dat mooi en lelijk, en eens en oneens afhankelijk zijn van elkaar en daardoor één geheel zijn.

Iedereen zijn eigen middelpunt

Alan Watts zegt dat ‘vertrouwen in de menselijke natuur de aanvaarding behelst van het goede en het slechte daarvan’. De vraag is of we aanvaarden dat er verschillende meningen zijn. Hoe minder we dit aanvaarden, hoe minder we naar elkaar luisteren en hoe meer we vastklampen aan onze eigen mening als vaststaand gegeven. In mijn blog over mindful luisteren benoemde ik onder andere dat om een goede poging te doen om oprecht te luisteren de intentie nodig is om iemand echt te willen begrijpen.

Kunnen we deze intentie om te luisteren echter nog hebben op het moment dat we niet inzien of accepteren dat meningen kunnen verschillen? Het is denk ik mooi als we inzien dat iedereen zijn eigen middelpunt is en daardoor een eigen waarheid heeft. Vanuit die gedachte kunnen we open blijven staan voor hoe iemand anders ergens over nadenkt.

Gedachten over verwachtingen of meningen van anderen

Het besef dat iedereen enkel vanuit zijn eigen middelpunt kan kijken helpt mij persoonlijk vooral bij gedachten over verwachtingen of meningen van anderen. Als je perfectionistisch of onzeker van aard bent, dan kun je soms van alles gaan bedenken over wat mensen mogelijk van je vinden. Dit terwijl mensen daar lang niet altijd bezig mee zijn.

Mensen zijn bijvoorbeeld eerder met zichzelf bezig of mensen zijn ook bezig met wat anderen weer van hun vinden! Dan kun je dus uitkomen op de situatie dat iedereen voor elkaar aan het denken is en daar vervolgens onzeker van wordt. Dat is best bijzonder!

Het lijkt erop dat je je dan beter bezig kunt houden met hoe je zelf wilt zijn, dat je intentie goed is en erop vertrouwen dat dit goed genoeg is. En als iemand dan echt een keer wat vindt, dan hoor je het wel. Dat scheelt weer een hoop denk- en giswerk. Het grootste gedeelte van onzekere gedachten en vermoedens over wat anderen allemaal denken klopt helemaal niet en zijn eigenlijk gewoon slechte voorspellingen!

Conclusie is denk niet te veel na over wat anderen van je denken. Ze zijn namelijk bezig hetzelfde te bedenken!

Wat buigt blijft heel

Roeland Schweitzer schrijft in de Tao voor kinderen ‘Takken buigen in de storm, zo blijven ze heel’ en ‘Als je veel hebt, heb je al snel te veel’. Het is een deel van de vertaling van tekst 22 van de Tao. Hierin staat onder andere (vertaling Kristofer Schipper):

‘Wat buigt blijft heel.
Wat krom is wordt recht.
Wat hol is wordt vol.
Wat geschonden is wordt weer nieuw.
Wie weinig heeft zal ontvangen,
maar wie veel heeft raakt het spoor bijster.’

Het is eigenlijk een simpele gedachte. Op het moment dat je veel hebt is er veel te verliezen en weinig te winnen. Als echter weinig hebt, zul je wanneer je ontvangt direct veel ontvangen. Er is minder angst om te verliezen, maar ook kun je alles snel weer kwijt raken. Maar als je helemaal niets hebt, dan is er niets wensen en niets te verliezen.

Zuinig zijn op je energie

Bovenstaande redenering raakt het idee van Wu-Wei (niet-forceren) en daarnaast het waarde hechten aan spullen (materialisme). Het naar binnen keren (mediteren) en zuinig zijn op je energie ligt redelijk in lijn met wat we in Nederland kennen als ‘doe maar gewoon, dat is al gek genoeg’. Er wordt binnen het Taoïsme aangegeven dat mooipraterij en grote ambities overbodig zijn. In het boek van Roeland Schweitzer staat de volgende vertaling:

‘Als je de natuur volgt, word je een natuurkind.
Als je dapper probeert te zijn, word je dapperder.
Als je moppert, word je een mopperpot.’

Dit laat voor mij op een toegankelijke manier zien hoe bepalend je gedachten en daaropvolgende acties zijn. Als jij in je hoofd liefdevol en meedogend kunt zijn naar jezelf en anderen, zul je ervaren hoe fijn dit is. De Dalai Lama zegt dat liefde en mededogen eigenschappen zijn die we in onszelf zouden moeten koesteren en voeden. Het ontwikkelen van een vriendelijk hart is voor iedereen en de kracht ervan is verbluffend!

Meegaan met de dingen

Binnen het taoïsme is het meegaan met de dingen het beste wat je kan doen. Zo laat je gevoelens gaan waar ze willen. Doordat je meegaat, voorkom je dat je afgescheiden raakt. Afgescheiden raken kost energie, en dat is precies waar men vanuit de Tao zuinig op is.

Het volgende staat hierover in de Tao (vertaling Kristofer Schipper):
‘Doe door niets te doen.
Grijp in door op te geven.
Proef wat geen smaak heeft.
Zie het kleine als groot, wat weinig is als veel.
Beantwoord haat met innerlijke kracht.

Bereid je voor op het moeilijke zolang alles nog makkelijk is.
Doe iets groots terwijl alles nog klein is.
Want de moeilijkste dingen in de wereld komen uit wat eens eenvoudig was;
de grootste kwesties uit wat aanvankelijk klein was.’

Wat het taoïsme ook aangeeft is dat, net als in het gedachtegoed van het boeddhisme, er helemaal geen ‘ik’ is die mee kan gaan met de dingen. Ik en de dingen zijn immers hetzelfde proces, namelijk de stromende Tao.

Alan Watts zegt hierover ‘Men kan er niet iets aan doen. Evenmin kan men er iets niet aan doen. Er is enkel de stroom met zijn vele bewegingen, golven, belletjes, schuim, kolken, en dat ben je.’

Hij benoemt dat op het moment dat het begrip er is, en je beseft dat je de Tao bent, de kracht van te (deugd, kracht of kunnen) spontaan zal opkomen.

De Tao volgen

Bovenstaand idee levert bij velen vragen op en we willen natuurlijk weten of het voordeel oplevert de Tao te volgen of niet en of het werkt als filosofie. Het klinkt passief, terwijl dit het niet is. Wie het ervaart, zegt natuurlijk dat het werkt. Echter het is niet te ervaren als het actief geprobeerd wordt, vanwege de motivatie dat het een voordeel zou opleveren.

We zijn mogelijk al wat bekender met gedachten zoals ‘één zijn met het universum’ of ‘alles is één’ en ‘alles is een geheel’. Dit zijn andere bewoordingen voor het besef dat je de Tao bent. Een manier om een beeld te geven van wat het is, is de vergelijking tussen hoe een baby in het leven staat en een gemiddeld volwassen persoon.

Een baby kijkt met ogen open naar de wereld en ziet, hoort en ruikt van alles! De zintuigen staan wagenwijd open en er is nog geen achterliggend gedachteproces bij de ervaringen vanuit de zintuigen. Later ontwikkelen we gedachtepatronen, verwachtingen, gevoelens en emoties als gevolg van gedachten. Door het meegaan met de stroom ga je deze ontwikkeling als het ware weer terugdraaien. Je verwelkomt je gedachten, maar je laat ze ook voor wat het is (zonder oordeel).

Te-kracht en spontaniteit

Zo belanden we bij het begrip Te-kracht. Kristofer Schipper vertaalt dit als innerlijke kracht en zegt dat dit iets is wat het meest volledig is op het moment dat we net geboren zijn, als we alles nog spontaan doen zonder ons af te vragen waarom en hoe. Roeland Schweitzer gebruikt in de Tao voor kinderen als vertaling Vreugde en symboliseert het met het spontane spelen en genieten als kind.

Te is dus eigenlijk wat al aanwezig is in iedereen en is een soort eigenschap. Alan Watts omschrijft het mooi als ‘Het spontaan kunnen zijn door zintuigen, gevoelens en gedachten vrij te laten, in het vertrouwen dat ze een eigen harmonie zullen vinden.’

Het taoïsme is dus zeker niet passief, maar spontaan en met vertrouwen in de harmonie van de natuur! Ik ben zelf gefascineerd door het taoïsme en hoop wat van mijn enthousiasme over te hebben gebracht op jou! 🙂

De Boeddhist

– Geïnteresseerd in taoïsme? Voor boeken over taoïsme kun je hier klikken en voor informatie hier.

geneeskunst_600

Wat leren we over gezondheid vanuit de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst?

Ik ben benieuwd geraakt naar hoe het boeddhisme zich verhoudt tot gezondheid en ziekte en wat we hiervan kunnen leren. Ik weet hier nog niet zo veel vanaf, dus wat mij een betreft is het een mooi moment om mij hier een beetje in te verdiepen! En daar neem ik jullie uiteraard graag in mee.

Ik verdiep mij hierin vanuit een boek over de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst en laat me vervolgens leiden door wat ik tegenkom. Als je eerst meer informatie over boeddhisme wilt, kun je dat hier vinden.

Wat is de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst in het kort?

Kort gezegd is de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst een systeem dat bijdraagt aan de instandhouding van een gezonde geest en een gezond lichaam. Gezondheid wordt in dit systeem gezien als een kwestie van evenwicht. Hierbij kunnen allerlei omstandigheden zoals leef- en eetgewoonten, het seizoen en geestesgesteldheden dit natuurlijke evenwicht verstoren en zo leiden tot verschillende kwalen.

Een belangrijk uitgangspunt van de boeddhistische geneeskunst is het erkennen dat de fysieke wereld voornamelijk het gevolg is van onze persoonlijke waarneming en dat het de geest is die het lichaam naar ziekte of gezondheid beweegt. De Tibetaanse geneeskunst beroept zich dus op een andere visie over menselijke mogelijkheden dan we gewend zijn, namelijk vanuit de subtiele energieën binnen ons lichaam en onze geest.

Waar is de Tibetaanse geneeskunst op gebaseerd?

De basis van de Tibetaanse geneeskunst zijn de Vier Medische Tantra’s genaamd Ghyu Shi. Ongeveer 2500 jaar geleden was de Boeddha Sakyamuni verwikkeld in allerlei gedachten aan ouderdom, ziekte en de dood. Vanuit die gedachten zag hij hoe het lijden, gekoppeld aan het menselijk bestaan, kon worden verzacht.

De belangrijkste oorzaak van het lijden was volgens hem een gevoel van identiteit dat bepaald wordt door het fysieke lichaam en zelfbeperkende gedachten en emoties. Hij zag hoe dit getransformeerd kon worden tot stralende gelijkmoedigheid. Onze onjuiste opvattingen van de werkelijkheid worden in het boeddhisme als kern gezien van alle kwalen en ongenoegen.

De Boeddha zegt ‘Ons lichaam is kostbaar. Het is een voertuig tot bewustwording.’ Door vast te houden aan het lichaam zien we het nooit zoals het is. Juist door de gehechtheid aan het lichaam zien we haar ware universele aard niet.

Drie lichaamsenergieën: wind, gal en slijm

De Tibetaanse geneeskunst gebruikt een indeling van lichaamsenergieën (of lichaamsvochten), namelijk wind, gal en slijm. Deze indeling is gebaseerd op de vijf elementen aarde, vuur, water, lucht en ruimte en komt oorspronkelijk uit India. Als deze innerlijke elementen verstoord raken door bijvoorbeeld voedingsfactoren of druk van de leefomgeving dan kan dit leiden tot ziekte en zelfs dood.

Wat zegt die verdeling tussen wind, gal en slijm dan precies? Ik zal proberen hier een beeld van te geven. De volgende beschrijvingen staan in het boek ‘De Tibetaanse kunst van het genezen’ van Ian A. Baker:
– Iemand waarbij lichaamsenergie wind overheerst wordt gesymboliseerd door een vogel met eigenschappen als beweging, rusteloosheid en begeerte. Vaak is zo iemand slank, gevoelig voor kou en gevoelig voor slapeloosheid, astma, spanning en angst.
– Iemand waarbij gal overheerst is ambitieus en intelligent, maar eerder boos en ongeduldig. Zo iemand is gevoelig voor hoofdpijnen, zweten, stofwisselingsproblemen en klachten rond de holtes.
– Iemand met voornamelijk lichaamsenergie slijm is vaak geduldig en evenwichtig, maar ook lui en mogelijk te zwaar. Deze persoon is gevoelig voor problemen met holtes, spijsvertering, luchtwegen en nieren.

Bovenstaand is slechts een korte weergave van de verdeling in lichaamsenergieën en daarbij horende ideeën. Het evenwicht tussen de lichaamsenergieën wisselt in de loop van het leven en is dus niet een vaststaand gegeven. Zo zou bijvoorbeeld slijm overheersen in de kindertijd en wind tijdens ouderdom.

Als ik als leek bovenstaande energieën bij wijze van een gedachte-experiment op mezelf zou toepassen zie ik voornamelijk de lichaamsenergie slijm terugkomen. Ik zou volgens de Tibetaanse geneeskunde in het geval van onbalans en overheersend ‘slijm’ er goed aan doen om Spaanse peper, gemengd met boter en honing, te gebruiken. Misschien vaker pittig eten dus! 😉

Ik ben echter vooral geïnteresseerd in de ideeën achter dit systeem en kijk daarom nu verder naar de balans in lichaamsenergieën.

Balans in lichaamsenergieën

Volgens het boeddhisme beïnvloedt de energie van onwetendheid, gehechtheid en kwade wil de lichaamscellen en zorgt dit voor onbalans. Begeerte veroorzaakt onbalans in wind, boosheid/vijandigheid zorgt voor onbalans in gal en onverschilligheid/luiheid zorgt voor onbalans in slijm. Deze onbalans kan vervolgens zorgen voor eerder genoemde problemen.

Wat kun je doen om de balans te houden? Je leefwijze en gedrag bekijken en daarnaast letten op je voeding lijkt het voornaamste. Je kunt proberen vast te stellen welke gewoonten niet gezond zijn. Wat men bijvoorbeeld schadelijk noemt is het bewust onderdrukken van natuurlijke functies zoals eten, slapen of de liefde bedrijven. En het tegenovergestelde is ook schadelijk, namelijk je er te veel aan overgeven.

Je zou kunnen zeggen dat je verdiepen in je eigen gewoonten en hoe je omgaat met je lichaam je de kennis biedt om meer in balans te zijn. Gedrag vanuit onwetendheid, hebzucht en agressie en daarnaast het vasthouden aan het ego zijn de voornaamste gevaren voor onbalans in lichaamsenergieën.

Wat ik interessant vind en ook herken is de genoemde schadelijkheid van het bewust onderdrukken van natuurlijke functies. Ik ervaar tijdens werk dat ik in stress soms kan vergeten te eten of dat ik geen rust of pauze neem terwijl ik wel voel dat het slim zou zijn. Voor mij klinkt het dus best logisch en verstandig om hier naar te kijken en dit niet te negeren of onderdrukken.

De Tibetaanse geneeswijze

De geneeswijzen richten zich op de balans tussen wind, gal en slijm en het herstellen of in stand houden van deze balans. Deze lichaamsenergieën circuleren door het lichaam en worden vanuit een holistische visie in verband gebracht met onder andere persoonlijkheid, jaargetijden, leeftijd, voeding, gedrag en fysieke omgeving.

Methoden voor diagnose zijn veelal op basis van polsslag en urine. Men gebruikt bijvoorbeeld geneeskrachtige kruiden, elixers, acupunctuur en genezing vanuit kennis of helend bewustzijn om daarmee het organische systeem als geheel weer te herstellen.

Een goede arts dient naast academische deskundigheid ook tot de juiste innerlijke eigenschappen te beschikken. Er is liefde, vriendelijkheid en mededogen benodigd ten opzichte van patiënten. Wijsheid en mededogen zorgen voor de juiste aandacht aan de lichamelijke, emotionele en spirituele behoeften van patiënten. De ‘ideale dokter’ vanuit het boeddhisme combineert daarom medisch inzicht met wijsheid en mededogen.

In de volgende vier alinea’s zal ik langs een aantal belangrijke thema’s/ideeën lopen die ik tegenkom binnen de boeddhistische geneeskunst.

Lijden

Het lijden ontstaat vanuit onze voortdurende pogingen om onszelf een vaste plek te geven binnen een eeuwig veranderd universum. De overdreven gehechtheid aan het lichaam en identiteit zorgen daardoor enkel voor lijden.

Door middel van meditatie verdwijnt geleidelijk de identificatie met het ego en ontwikkelt inzicht in de veranderende aard van alle bestaan. Het volledige inzicht leidt tot het zogenaamde Nirvana, het einde van alle lijden. Mededogen en verlichting van menselijk lijden staan centraal in de boeddhistische geneeskunst.

Universeel verbonden

De ware genezing begint binnen onszelf wanneer we ontdekken dat we verbonden zijn met grotere krachten van het universum. Ons lichaam is onderdeel van een universeel lichaam en onze geest is onderdeel van een universele geest. Deepak Chopra omschrijft het als ‘ieder mens mag dan afzonderlijk en onafhankelijk lijken, toch zijn we allen verbonden met intelligentiepatronen die de hele kosmos beheersen’.

We willen in het algemeen graag gelukkig zijn en lijden vermijden. We verlangen naar gezondheid met lichamelijk en geestelijk welzijn en willen uiteraard niet ziek zijn. Gezondheid is dus niet enkel van persoonlijk belang, maar is universeel waarbij iedereen een gedeelde verantwoordelijkheid heeft.

Onderlinge afhankelijkheid van geest, lichaam en vitaliteit

De Tibetaanse geneeskunst legt de nadruk op de onderlinge afhankelijkheid van geest, lichaam en vitaliteit. Dit is duidelijk een boeddhistisch aspect van de Tibetaanse geneeskunst. De arts leidt de patiënt richting gezondheidsbevorderend gedrag om daarmee het evenwicht van lichaam en geest te herstellen. Dit zal vervolgens leiden tot fysiek, emotioneel en spiritueel welzijn.

Bewustzijn en harmonie

In de boeddhistische geneeskunst spelen bewustzijn en harmonie een belangrijke rol. Bewustzijn creëert de werkelijkheid, ofwel de verwachtingen van iemand zelf hebben invloed op het resultaat. Om deze reden moet gewaarzijn, aandacht en intentie deel uitmaken van de gezondheidszorg en niet enkel bijvoorbeeld medicijnen, bestraling of chirurgie. De bewustzijnstoestand is immers het belangrijkste element in het genezingsproces en kan daarom niet genegeerd worden.

Een oud boeddhistisch gezegde luidt: ‘Als je wilt weten waar je in het verleden mee bezig was, onderzoek dan nu je lichaam. Als je wilt weten hoe je lichaam er in de toekomst uit zal zien, kijk dan waar je nu mee bezig bent.’

Deepak Chopra zegt dat ‘volgens boeddhistische opvattingen de transformatie van geest en lichaam begint met de ervaring van sunyata – de zuivere, onmeetbare potentie van alles wat er ooit was of zal zijn’. Ik kan me voorstellen dat dit wat zweverig klinkt. Ik interpreteer het als een soort geloof, visie of vertrouwen. Het geloof of vertrouwen dat nodig is om geest en lichaam naar ‘genezing’ te sturen. De bewustzijnsverandering brengt een transformatie in het lichaam teweeg. Ik wil vanuit dit bewustzijn de koppeling leggen tussen de boeddhistische geneeskunst en de westerse gezondheidszorg met behulp van het placebo-effect.

Placebo-effect

De westerse gezondheidszorg gaat uit van wetenschappelijk onderzoek en het placebo-effect is een interessant fenomeen dat ik graag gebruik om een koppeling te maken tussen de boeddhistische geneeskunst en de westerse gezondheidszorg.

Een placebo is een nepmedicijn dat zelf geen genezende werking heeft. De patiënt zelf weet niet dat hij een placebo krijgt, maar denkt dat hij een geneesmiddel gebruikt. Een patiënt kan positief of negatief (ook wel nocebo-effect) reageren: de klachten kunnen verdwijnen of er kunnen bijwerkingen ontstaan die de patiënt verwacht.

Het placebo-effect is een psychisch effect en draait om de verwachtingen die iemand heeft en het uitkomen van deze verwachtingen. De verwachting wordt uiteindelijk werkelijkheid, enkel door de kracht van gedachten en geloof in die ‘richting’. Dit betekent dat je jezelf ziek kunt denken met beperkende gedachten en emoties, maar ook dat je jezelf kunt genezen vanuit vertrouwen, geloof en positieve gedachten.

Uit verschillende onderzoeken blijkt een aantal zaken over het placebo-effect. Het belangrijkste voor het placebo-effect blijkt de inzet en het (zelf)vertrouwen van de behandelaar te zijn. Hoe meer zekerheid en geloof de behandelaar toont, hoe groter het placebo-effect zal zijn. Als de arts ook zelf niet weet dat het middel een placebo betreft, zal het effect nog groter zijn. Dit is vastgesteld bij een onderzoek waarbij de arts en de patiënt allebei niet bekend waren met het feit dat het middel een placebo betrof.

We zien dus samengevat dat vertrouwen en geloof een geneeskrachtige werking kunnen hebben. Daarnaast zien we dat beperkende gedachten en emoties ervoor kunnen zorgen dat we daadwerkelijk ziek worden.

Gezondheidszorg in het westen vs. boeddhistische geneeskunde

In de westerse samenleving heerst er nog een vrij materialistische manier van kijken naar ziekte en gezondheid. De basis is het lichaam en men kijkt vanuit de problemen/ziekte naar genezing door dit als het ware weg te willen nemen als ‘los’ onderdeel. Er wordt niet altijd ruimte geboden aan spiritualiteit. In de westerse cultuur lijkt er meer gehecht te worden aan het ego, identiteit en het lichaam, terwijl vanuit het boeddhisme meer naar onthechting en juist het geheel van lichaam en geest wordt gekeken.

In het boeddhisme is het fysieke lichaam een nevenproduct van subtiele aspecten van ons bestaan. De geneeskunst richt zich dan ook op het beïnvloeden van deze subtiele aspecten om daarmee ons inzicht te transformeren. Er wordt gewerkt aan gedachten, gevoelens, emoties en begeerten die vervolgens doorwerken in het fysieke lichaam. Er is dus sprake van een geloof in een eigen helend vermogen dat als het ware geactiveerd kan worden.

Eigenlijk is de Tibetaanse geneeskunde daarmee zeer preventief en richt het zich continue op gezondheidsbevorderend gedrag zoals kennis, voeding, slaap, bewustzijn en rust/meditatie. Ziekte leert ons over de vergankelijkheid van het bestaan. Wijsheid die ontstaat uit meditatie wordt beschouwd als belangrijkste medicijn. Uiteraard betekent dit niet dat je zomaar jezelf kan genezen in elke situatie, maar het toont wel aan hoeveel invloed je hebt om je eigen gezondheidsbevorderend gedrag te stimuleren.

Positieve Gezondheid

Er zijn wel ontwikkelingen te zien in de gezondheidszorg waar we meer aansluiting zien tussen het boeddhisme en de westerse gezondheidszorg, zoals het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’. Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid waarbij de aandacht verschuift van ziekte naar de mens zelf.

Er wordt een invalshoek gekozen waarbij het om een betekenisvol leven van mensen gaat met de nadruk op veerkracht, eigen regie en aanpassingsvermogen. Bij Positieve Gezondheid staat wat de persoon zelf belangrijk vindt centraal en waar die persoon aan wil werken.

Ik denk dat Positieve Gezondheid meer aansluit bij de mens als geheel en het universele aspect van gezondheid. Op het moment dat aandacht enkel naar problemen gaat, zal dit de kans op negatieve beperkende gedachten stimuleren. Dit vergroot de kans op problemen (nocebo-effect). Als de aandacht echter verschuift naar een betekenisvol leven zullen juist meer gedachten daarover ontstaan. Dit zal gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren.

We zien dus al dat er in de westerse gezondheidszorg bewegingen zijn om minder te kijken naar ‘geïsoleerde’ problemen, maar juist meer naar de persoon als geheel.

Samengevat

Uiteraard is dit geen alomvattend verhaal wat betreft de boeddhistische en westerse geneeskunde, maar eerder een korte verkenning tussen twee zeer verschillende denkwerelden.

Het belangrijkste dat we kunnen leren van de Tibetaanse geneeskunst is om breder te kijken naar gezondheid en de mens. Het is te kortzichtig om naar gezondheid te kijken als iets dat overblijft bij de afwezigheid van ziekte of problemen. Daarom is het goed om aandacht te hebben voor de mens als geheel en gezondheidsbevorderend gedrag op gebieden zoals kennis, voeding, slaap, bewustzijn, en rust/meditatie.

We kunnen meer aandacht besteden aan het transformeren van mogelijke zelfbeperkende gedachten/emoties en de invloed erkennen van geloof en vertrouwen in het proces van genezing. Dit hoeven we overigens niet te doen vanuit een boeddhistische bril, maar kan vanuit een breder westers perspectief zoals Positieve Gezondheid. De boeddhistische geneeskunst zal op haar beurt kunnen leren van bijvoorbeeld de methodiek en analyse binnen de westerse gezondheidszorg.

Als we meer vanuit denkwijze, voedingswijze en leefwijze van een persoon gaan kijken zal de gezondheidszorg wat mij betreft verbeteren en zullen we vaker bezig zijn met oorzaakbestrijding in plaats van symptoombestrijding. Een stukje meer aandacht naar elkaar als geheel zonder snelle oordelen is hoe dan ook een mooi streven!

– De Boeddhist –

Geïnteresseerd in boeddhisme? Voor interessante boeken over boeddhisme kun je hier klikken.

meditatie_foto_600

5 tips in boeddhistische meditatie van Ajahn Brahm

Afgelopen maand heb ik onder andere het boek ‘Helder inzicht, diepe verstilling’ van Ajahn Brahm gelezen. Er staan veel tips in over meditatie en ik vind het leuk om hierover wat tips te delen! Het boek is een handboek in boeddhistische meditatie, waarvan ik ook voor de liefhebber een review heb toegevoegd aan de site! Mediteren kan erg uitdagend zijn, maar is het absoluut waard om te beoefenen. Vandaar in dit blog een aantal tips voor tijdens het mediteren!

Mediteren is loslaten

Meditatie gaat over loslaten. De wereld om je heen probeer je los te laten om zo tot een bepaalde vrede in jezelf te komen. Je kunt het zien als het trainen van de geest. Veel mensen worden, waaronder ikzelf, overheerst door allerlei gedachten. We kunnen over alles nadenken, om dan over het denken zelf te gaan nadenken en vervolgens kunnen we daar eventueel weer over nadenken. Wie begrijpt het nog allemaal! Meditatie is tot rust komen door stil te staan en even te stoppen. Dit stoppen kan erg krachtig en fijn zijn!

Meditatie is hard werken

Ajahn Brahm is erg duidelijk in het boek: het beoefenen van meditatie is hard werken, zeker in het begin! Zonder (bekwame) inspanning zul je geen vooruitgang boeken. Het doel van meditatie volgens Ajahn Brahm is het ervaren van de schoonheid van stilte, verstilling en helderheid van geest.

Een quote over loslaten uit het boek:
De inspanning is gericht op het leren loslaten, op het ontwikkelen van een geest die afstand doet, de dingen die opkomen laten varen. De Boeddha zei dat de belangrijkste factor om een zo diep meditatieniveau – en daarmee die krachtige gemoedstoestanden van innerlijke gelukzaligheid – te bereiken het vermogen is los te laten, afstand te doen, te verzaken.

Tips voor tijdens het mediteren

In het boek van Ajahn Brahm komen een aantal handige tips voor meditatie-beoefenaars naar voren die ik hier graag wil delen! Dit is slechts een kleine selectie van de vele tips die beschreven staan in het boek. Dit kunnen handige tips zijn voor zowel de beginnende als de meer gevorderde beoefenaar.

De tips kunnen een toevoeging zijn op hoe jij nu meditatie beoefent of wil gaan beoefenen. Voor de beginnende beoefenaar is het denk ik fijn en aan te raden om een bepaalde methode of handboek zoals die van Ajahn Brahm te volgen. Zoek een methode die bij je past en prettig voelt. Een methode biedt namelijk een stukje structuur in de beoefening, waardoor het mogelijk makkelijker vol te houden is. Hoe dan ook, hier komen de tips!

Tip 1 – Geniet van het stil zijn

Stilte is heerlijk! Geniet van het stil zijn en laat het innerlijke praten voor wat het is. Als het lukt om iets langer in stil gewaarzijn in het huidige moment te zijn, merk en besef je hoe heerlijk dat is. Als je deze ‘succes’ ervaringen hebt, dan wordt stilte vanzelf aantrekkelijker en belangrijker. Wanneer we doorhebben dat het meeste van ons denken helemaal niet nuttig is en ons eigenlijk nergens brengt, zullen we meer tijd in innerlijke kalmte willen doorbrengen!

Tip 2 – Slechte meditatie bestaat niet

Deze tip wordt wel vaker genoemd. Een mooie manier om te kijken naar ‘slechte’ meditatie is het besef dat mediteren hard werken is. De ‘slechte’ momenten zijn het noodzakelijk gezwoeg voor je ‘loon’. Net zoals je niet elke dag salaris krijgt, is niet elke meditatie een ‘betaaldag’. Een ‘slechte’ sessie is dus benodigde arbeid en deze inspanning is nodig om de geest te ontwikkelen. Het kan helpen om op deze manier er naar te kijken op die momenten dat je vindt dat een meditatiesessie niet goed was!

Tip 3 – Heb geduld in de opbouw van meditatie

Veel mensen die beginnen met mediteren proberen ademhalingsmeditatie met een nog ‘onrustige’ geest die tussen verleden en toekomst heen en weer springt en waarbij nog veel innerlijk commentaar aanwezig is. Ajahn Brahm benoemt het belang van juiste voorbereiding en het doorlopen van verschillende fases in meditatie. Leg het juiste fundament, waarbij je eerst traint op focus en basisoefeningen voor bewustzijn van het hier en nu. Pas later komt ademhalingsmeditatie aan bod. Geduld is hierbij belangrijk, omdat je anders snel gefrustreerd kan raken en het mediteren misschien te snel opgeeft. Gun jezelf dus geduld en vertrouw op het nut van kleine stapjes!

Tip 4 – Het maakt niet uit waar je je ademhaling waarneemt

Op het moment dat je je op de ademhaling concentreert, betekent dit per definitie dat je je concentreert op je ademhaling in het nu. Je ervaart als het ware wat de ademhaling doet. Het is niet nodig om je ademhaling op specifieke plekken te volgen, zoals bijvoorbeeld op het puntje van je neus of in de buik. Ajahn Brahm zegt dat dit dan eigenlijk ‘neusbewustzijn’ of ‘buikbewustzijn’ is en dus helemaal niet gericht op de adem. Het kan daarmee zelfs afleiden van de adem als geheel. Maak je dus niet druk over waar je de ervaring waarneemt, maar richt je op de ervaring zelf. Voel!

Tip 5 – Probeer je ademhaling niet te controleren

Bij ademhalingsmeditatie kan de neiging ontstaan om de ademhaling te controleren. Dit kan het ademen zelf ongemakkelijk maken doordat je jezelf aanwijzingen geeft. Je hoeft echter alleen maar gewoon te kijken naar je ademhaling, maar je hoeft geen aanwijzingen aan jezelf te geven of er iets van te vinden. Probeer te genieten en de adem gewoon te laten ademen. Observeer dat zonder oordeel. Als je zonder onderbreking je ademhaling kan volgen, dan zul je meer vrede en vreugde voelen!

Dat waren ze alweer! En als uitsmijter misschien wel het allerbelangrijkste bij mediteren: Geniet ervan! Heb plezier in mediteren en het hele proces daaromheen!

De Boeddhist

– Interesse in het boek van Ajahn Brahm? Bekijk het op bol.com of lees mijn review! –

taoisme_600

Taoïsme: het niet zoeken naar geluk

Het Taoïsme vind ik een boeiende filosofische stroming en daarom wil ik er graag af en toe wat over schrijven. Het Taoïsme is spontaan en simpel en gaat veel over meegaan met de stroom en de metafoor van water. Vandaag schrijf ik over polariteit en niet-forceren.

Polariteit

Het principe van polariteit ligt in het hart van het Chinese denken en voelen en zit in Nederland minder in de cultuur. Polariteit is niet hetzelfde als oppositie of conflict. Licht is immers niet in strijd met duisternis, leven is niet in strijd met de dood en positief (yang) is niet in strijd met negatief (yin).
Vanuit polariteit bekeken zal fanatiek zoeken en verlangen naar geluk je frustreren. Strijden tegen de ‘negatieve’ kant van bovenstaande dualiteiten is vanuit polariteit bezien onvoorstelbaar. Het wegnemen van één van de twee polen zou namelijk betekenen dat het systeem niet meer bestaat. Als er alleen maar geluk is en geen ongeluk, dan bestaat geluk niet. Waar zal geluk immers tegenover afgezet moeten worden om uit te kunnen leggen wat het is?

Alan Watts noemt dat ‘het principe van yin en yang niet begrepen moet worden als wat we gewoonlijk een vorm van tegenstelling noemen, maar als een expliciete dualiteit die een impliciete eenheid uitdrukt.’ Hij benoemt het volgende: ‘Taoïsten zien het universum als hetzelfde of als onlosmakelijk verbonden met zichzelf. ‘ Daaruit volgt dat de kunst van het leven is om yin en yang te balanceren, aangezien het één niet zonder het ander kan.

Afhankelijk bestaan

In de relatie van yang en yin is gelijktijdige verschijning of onafscheidelijkheid belangrijk. Dit komt overeen met het idee van afhankelijk bestaan.

Lao Zi omschrijft het als volgt in het boek van de Tao (vertaling van Kristofer Schipper):

‘Ieder begrip van wat mooi is in de wereld houdt verband met wat lelijk is.
Elk besef van wat goed is komt neer op de kennis van het kwaad, en niets anders.

Iets en niets brengen elkaar voort.
Moeilijk en makkelijk completeren elkaar.
Lang en kort bestaan in verhouding tot elkaar.
Hoog en laag vullen elkaar aan.
Tonen en klanken harmoniseren met elkaar.
Voor en na volgen op elkaar,
in alle eeuwigheid!

Daarom houdt de Wijze zich in zijn daden bij het nietsdoen.
Zonder woorden verspreidt hij zijn leer.
Alle dingen verschijnen, maar zonder zijn initiatief.
Zij handelen, maar zonder zijn steun.
Wanneer alles is volbracht, dan zal hij niet blijven.
Ja! Juist door niet te blijven
gaat hij niet verloren.

Onderscheid maken

Het is in de Westerse samenleving gangbaar om onderscheid te maken tussen goed en slecht, voor en tegen, etc. We zijn gewend om te analyseren en verschil te benoemen tussen wat we zien of vinden. Hierdoor kunnen we soms echter wel vergeten om de tegenhanger mee te nemen in de analyse en dan kan de eenheid verloren raken.

In discussies bijvoorbeeld zou dan ook slechts maar één kant gelijk kunnen hebben en heeft de ander per definitie geen gelijk. Toch hoeft dit helemaal niet zo te zijn en dat weten we stiekem ook wel. Er is uiteraard wel verschil te benoemen tussen het een en de ander, echter hoeft dit niet als een vast gegeven beschouwd te worden. Zo kan een discussie transformeren wanneer beide kanten naar elkaar luisteren en juist daardoor kunnen nieuwe inzichten ontstaan. Dit luisteren krijgt geen kans als je jouw gelijk als vast gegeven beschouwd en daardoor het feit dat de ander geen gelijk heeft ook. Dus denk bij je volgende discussie eens aan polariteit en luister goed naar wat de ander zegt! 😉

Niet-forceren (Wu-Wei)

Dit brengt me bij het interessante begrip Wu-Wei. Dit is het principe van niet-handelen. Niet-handelen staat niet gelijk aan onbeweeglijkheid, luiheid of passiviteit. Het betekent eerder niet forceren of geen kunstmatigheid of bemoeienis. Het is meegaan met de stroom en leven op een manier die nauwelijks kracht vereist door inzicht te hebben in de principes, structuren en wetmatigheden van mens en natuur.

Ik denk dat ik dit vooral interessant vind omdat ik veel kunstmatigheid en ‘forceren’ om me heen zie, en natuurlijk dit ook bij mezelf ervaar. Bijvoorbeeld wanneer we op het werk zijn lijken veel mensen een rol te spelen die ver af staat van wie ze eigenlijk zijn of willen zijn. Als iemand echter te veel forceert en te ver af staat van zijn of haar innerlijke zelfbeeld, dan werkt dit niet op lange termijn en leidt dit tot stress of mogelijk zelfs burn-outs. Sommige mensen houden het hierbij langer vol dan anderen en de vraag is wat fijner is.  Misschien is het fijner als je dit minder lang vol kan houden aangezien dit je dwingt om eerder iets in je leven aan te passen.

Hoe dan ook lijkt forceren niet te werken. Het kunnen herkennen en accepteren wanneer iets niet werkt is eerlijk zijn naar jezelf en mogelijk een grote opluchting! Ik denk dat dit is omdat je het forceren loslaat, oftewel de ‘spanning’ gaat eraf.

Een ander voorbeeld van forceren is de gang van zaken binnen een gezin. Er kan geforceerd worden dat het gezin ‘gezellig en perfect’ moet zijn, op zijn minst voor de buitenwereld. Dat zoiets niet te forceren is, is duidelijk. Ook dit levert spanningen op en forceren lijkt ook in dit geval niet het antwoord.

Bewustzijn van forceren

Is niet-forceren dan het antwoord? Dat weet ik niet. Forceren of proberen iets te laten werken kan namelijk wel vanuit een goede intentie plaatsvinden. Ik denk dat minder forceren op zichzelf al een mooi streven is. Soms forceren we zonder dat we er bewust van zijn. Dit kan simpelweg een gepland familiebezoek zijn waar niemand behoefte aan heeft op dat moment. Waarom gebeurt dit als iedereen vervolgens met tegenzin aanwezig is? Meegaan met de stroom lijkt dan beter. Mogelijk is een spontaan bezoek dan een veel natuurlijke manier van leven en werkt het dan opeens wel. De toetsing zit dan in de vraag of je het bezoek echt wilt of dat je over een grens van jezelf heen gaat om te voldoen aan bepaalde verwachtingen.

Wat kunnen we dan halen uit de boodschap van het Taoïsme? Voor mij is dit vooral de herinnering om eerlijk te zijn naar jezelf en proberen bewust te zijn van of je iets forceert of niet.

De Boeddhist

Geïnteresseerd in Taoïsme? Voor informatie over boeken over Taoïsme kun je hier klikken.

eigenwaarde_600

Eigenwaarde, waardering, ego en narcisme

Ter info: dit is een wat langer blog! Het begon klein over het onderwerp eigenwaarde, maar omdat alles verbonden voelde wil ik het geheel graag bij elkaar hebben.

Eigenwaarde

Waarom wil ik iets schrijven over eigenwaarde? Vooral eigenlijk omdat ik het mooi vind om te zien wanneer iemand een fijne energie uitstraalt! En ik denk dat eigenwaarde van grote invloed is op je energie, je uitstraling, je gedachten en gevoelens. Wanneer dit overwegend positief is geeft het een mooie energie aan alles en iedereen in je omgeving!

Energie

Eigenwaarde heeft een grote impact op je leven en hoe je dit ervaart. Je kunt namelijk veel verbergen, maar je energie verbergen is lastig. Zo zie ik dagelijks mensen met veel verschillende ‘energie-niveau’s’ op het werk, in de trein en op straat. En ik denk dat iedereen dit ervaart en voelt, of het nu bewust of onbewust is!

Ik observeer veel en vind het opvallend wanneer mensen (structureel) met een ‘tragere’ energie rondlopen en tegen zichzelf aan lijken te lopen. Ik wil dan graag zeggen: Je bestaat! Je bent er en je mag er zijn! Meer dan dat is niet nodig! Toch wil ik me ook niet ongewenst met mensen bemoeien of doen alsof ik het allemaal beter weet. Ik ken het lijden van anderen niet. Wat het denk ik vooral is, en misschien ken je het gevoel wel: het kan moeilijk zijn om te begrijpen dat iemand zichzelf niet als zo mooi en fijn ziet terwijl jij die persoon wel zo ziet. Het beeld dat je zelf van iemand hebt komt niet overeen met wat die persoon zelf vindt of uitstraalt. En soms wil je hier graag wat aan doen, maar vervolgens kan dat niet aangezien het om eigenwaarde gaat. Het voelt als een vorm van machteloosheid.

De lat voor jezelf en anderen

Wat opvalt is dat mensen vaak een andere lat hebben voor anderen dan voor zichzelf. Alle andere mensen zijn bijvoorbeeld wel lief, leuk en aardig, maar dit geldt dan niet voor jezelf. Waar komt dit vandaan? Ik heb zelf ook dit besef gehad, waarbij ik van mezelf vond dat ik geen angsten mocht hebben of geen fouten mocht maken. Bij anderen vond ik dit niet erg, maar bij mezelf wel. Vreemd toch? Toen ik de onzin hiervan zag en dit simpele inzicht ook echt voelde begon een proces van verandering in zelfacceptatie!

Waardering

Verbonden met eigenwaarde is het krijgen van waardering van anderen. Waardering krijgen is iets dat eigenwaarde kan voeden. Het is uiteraard leuk om te ontvangen, maar ook een risico! Waardering is fijn en het geeft een fijn gevoel van bevestiging. Het is goed om hiervan te kunnen genieten, maar het is ook goed om het vervolgens weer los te kunnen laten.

De andere kant van waardering is namelijk het risico dat je eraan gehecht raakt en dat het krijgen van waardering een behoefte wordt. Dan zul je op zoek gaan naar waardering en afhankelijk van of je deze waardering krijgt voel je je goed of slecht. Waardering zoeken wordt daarmee een probleem wanneer het een behoefte is. Je geeft dan eigenlijk een stukje van jezelf aan iemand anders waarvan je die waardering nodig hebt. Waardering nodig hebben betekent dat de mening van de ander belangrijker is geworden dan je eigen mening.

Eigenwaarde als een soort wip

Als we kijken naar eigenwaarde, kunnen we drie algemene situaties indenken:
– ‘Iedereen heeft meer waarde dan mezelf’.
– ‘Ik ben evenveel waard als ieder ander en ieder ander is evenveel waard als ik’.
– ‘Ik heb meer waarde dan de rest’.

Dit is voor te stellen als een ouderwetse wip, met ‘ik’ op het ene zitje en ‘anderen’ op het andere zitje. Als er sprake is van balans, dan zweven beide kanten afwisselend in de lucht en werkt de wip zoals het hoort. Als er geen sprake is van gelijkheid of balans, dan zit één van de zitjes constant op de grond, omdat er of veel meer gewicht wordt gegeven aan anderen of aan jezelf. Zo werkt de wip natuurlijk niet!

Narcisme en ego

De situatie ‘Ik heb meer waarde dan de rest’ is te bestempelen met het begrip ‘narcisme’. Deze andere kant van de balans is een overdreven zelfacceptatie in de vorm van zelfophemeling. Hierin speelt ego een grote rol. De gedachtewereld van een narcist draait volledig om het ego en is afgestemd op alles redeneren naar een goede uitkomst voor de narcist zelf. De narcist zal zichzelf altijd bevestigen in dat hij het zelf goed heeft gedaan en zal dit (mogelijk) ook echt geloven. Interpretatie kleurt al zijn of haar gedachten en denkwijze. Doordat schuld of fouten buiten de narcist zelf liggen zal niets hem of haar kunnen raken. Een narcist hoeft dus geen twijfels te hebben of onrustige gedachten; het zal immers buiten de narcist zelf liggen.

Echter: is narcisme te zien als volledige zelfacceptatie, waarbij er juist voor anderen een hogere lat ligt? Of is een narcist juist volledig afhankelijk van waardering van anderen? Is er sprake van ‘geen of lage eigenwaarde’ verstopt achter een muur, opgebouwd door en vanuit het ego, bestaande uit eigenwaarde, zelfvertrouwen en uitstraling? Haalt de narcist eigenwaarde uit het feit dat anderen afhankelijk zijn van hem of haar?

Ego en eigenwaarde

Dit vraagt om een nadere analyse tussen ego en eigenwaarde. Misschien ziet een narcist ego als gelijk aan eigenwaarde. Het ego wordt opgehemeld doordat anderen afhankelijk zijn van hem of haar en het ego wordt blij van waardering, status en mooie spullen. Het beeld lijkt troebel. Dit is te herkennen in de energie van een narcist. Deze voelt verstoord, maar de muur is krachtig. Dit vraagt om mededogen, maar hier geldt ook weer een vorm van machteloosheid. Kun jij, als je dit herkent, hier iets aan doen? Hoe ga je hier mee om? Kun je door deze muur heen komen of kwetst de poging eigenlijk alleen jezelf?

Ik vind dit persoonlijk erg lastig en ik heb nog interne strijd over hoe hiermee om te gaan. Mijn ervaring is dat een narcist energie slurpt, wat de energie is die ik probeer te balanceren vanuit onder andere het boeddhisme, meditatie en mindfulness. Omgaan met een narcist is voor mij een verstorende factor. Ik weet echter niet wat ‘goed’ is: contact verbreken of met mededogen ermee proberen om te gaan. Nu ik dit zo schrijf is de vraag misschien meer: lukt het mij hier met mededogen mee om te gaan?

Gelijkwaardigheid is prachtig!

Wat ik in ieder geval wel kan stellen is dat de mooiste situatie is wanneer mensen elkaar als gelijkwaardig zien en kunnen leven vanuit zelfacceptatie en acceptatie van anderen. Er is dan sprake van een gezonde balans. Ik zie dit gelukkig ook om mij heen en dat is erg mooi om te zien! Mensen met fijne energie om je heen hebben is erg prettig en aan te raden!

Oftewel jij en ik zijn het waard! En hopelijk ben je het daarin met me eens! 🙂

De Boeddhist