assorted-spices-near-white-ceramic-bowls

Wat leren we over gezondheid vanuit de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst?

Ik ben benieuwd geraakt naar hoe het boeddhisme zich verhoudt tot gezondheid en ziekte en wat we hiervan kunnen leren. Ik weet hier nog niet zo veel vanaf, dus wat mij een betreft is het een mooi moment om mij hier een beetje in te verdiepen! En daar neem ik jullie uiteraard graag in mee.

Ik verdiep mij hierin vanuit een boek over de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst en laat me vervolgens leiden door wat ik tegenkom. Als je eerst meer informatie over boeddhisme wilt, kun je dat hier vinden.

Wat is de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst in het kort?

Kort gezegd is de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst een systeem dat bijdraagt aan de instandhouding van een gezonde geest en een gezond lichaam. Gezondheid wordt in dit systeem gezien als een kwestie van evenwicht. Hierbij kunnen allerlei omstandigheden zoals leef- en eetgewoonten, het seizoen en geestesgesteldheden dit natuurlijke evenwicht verstoren en zo leiden tot verschillende kwalen.

Een belangrijk uitgangspunt van de boeddhistische geneeskunst is het erkennen dat de fysieke wereld voornamelijk het gevolg is van onze persoonlijke waarneming en dat het de geest is die het lichaam naar ziekte of gezondheid beweegt. De Tibetaanse geneeskunst beroept zich dus op een andere visie over menselijke mogelijkheden dan we gewend zijn, namelijk vanuit de subtiele energieën binnen ons lichaam en onze geest.

Waar is de Tibetaanse geneeskunst op gebaseerd?

De basis van de Tibetaanse geneeskunst zijn de Vier Medische Tantra’s genaamd Ghyu Shi. Ongeveer 2500 jaar geleden was de Boeddha Sakyamuni verwikkeld in allerlei gedachten aan ouderdom, ziekte en de dood. Vanuit die gedachten zag hij hoe het lijden, gekoppeld aan het menselijk bestaan, kon worden verzacht.

De belangrijkste oorzaak van het lijden was volgens hem een gevoel van identiteit dat bepaald wordt door het fysieke lichaam en zelfbeperkende gedachten en emoties. Hij zag hoe dit getransformeerd kon worden tot stralende gelijkmoedigheid. Onze onjuiste opvattingen van de werkelijkheid worden in het boeddhisme als kern gezien van alle kwalen en ongenoegen.

De Boeddha zegt ‘Ons lichaam is kostbaar. Het is een voertuig tot bewustwording.’ Door vast te houden aan het lichaam zien we het nooit zoals het is. Juist door de gehechtheid aan het lichaam zien we haar ware universele aard niet.

Drie lichaamsenergieën: wind, gal en slijm

De Tibetaanse geneeskunst gebruikt een indeling van lichaamsenergieën (of lichaamsvochten), namelijk wind, gal en slijm. Deze indeling is gebaseerd op de vijf elementen aarde, vuur, water, lucht en ruimte en komt oorspronkelijk uit India. Als deze innerlijke elementen verstoord raken door bijvoorbeeld voedingsfactoren of druk van de leefomgeving dan kan dit leiden tot ziekte en zelfs dood.

Wat zegt die verdeling tussen wind, gal en slijm dan precies? Ik zal proberen hier een beeld van te geven. De volgende beschrijvingen staan in het boek ‘De Tibetaanse kunst van het genezen’ van Ian A. Baker:
– Iemand waarbij lichaamsenergie wind overheerst wordt gesymboliseerd door een vogel met eigenschappen als beweging, rusteloosheid en begeerte. Vaak is zo iemand slank, gevoelig voor kou en gevoelig voor slapeloosheid, astma, spanning en angst.
– Iemand waarbij gal overheerst is ambitieus en intelligent, maar eerder boos en ongeduldig. Zo iemand is gevoelig voor hoofdpijnen, zweten, stofwisselingsproblemen en klachten rond de holtes.
– Iemand met voornamelijk lichaamsenergie slijm is vaak geduldig en evenwichtig, maar ook lui en mogelijk te zwaar. Deze persoon is gevoelig voor problemen met holtes, spijsvertering, luchtwegen en nieren.

Bovenstaand is slechts een korte weergave van de verdeling in lichaamsenergieën en daarbij horende ideeën. Het evenwicht tussen de lichaamsenergieën wisselt in de loop van het leven en is dus niet een vaststaand gegeven. Zo zou bijvoorbeeld slijm overheersen in de kindertijd en wind tijdens ouderdom.

Als ik als leek bovenstaande energieën bij wijze van een gedachte-experiment op mezelf zou toepassen zie ik voornamelijk de lichaamsenergie slijm terugkomen. Ik zou volgens de Tibetaanse geneeskunde in het geval van onbalans en overheersend ‘slijm’ er goed aan doen om Spaanse peper, gemengd met boter en honing, te gebruiken. Misschien vaker pittig eten dus! 😉

Ik ben echter vooral geïnteresseerd in de ideeën achter dit systeem en kijk daarom nu verder naar de balans in lichaamsenergieën.

Balans in lichaamsenergieën

Volgens het boeddhisme beïnvloedt de energie van onwetendheid, gehechtheid en kwade wil de lichaamscellen en zorgt dit voor onbalans. Begeerte veroorzaakt onbalans in wind, boosheid/vijandigheid zorgt voor onbalans in gal en onverschilligheid/luiheid zorgt voor onbalans in slijm. Deze onbalans kan vervolgens zorgen voor eerder genoemde problemen.

Wat kun je doen om de balans te houden? Je leefwijze en gedrag bekijken en daarnaast letten op je voeding lijkt het voornaamste. Je kunt proberen vast te stellen welke gewoonten niet gezond zijn. Wat men bijvoorbeeld schadelijk noemt is het bewust onderdrukken van natuurlijke functies zoals eten, slapen of de liefde bedrijven. En het tegenovergestelde is ook schadelijk, namelijk je er te veel aan overgeven.

Je zou kunnen zeggen dat je verdiepen in je eigen gewoonten en hoe je omgaat met je lichaam je de kennis biedt om meer in balans te zijn. Gedrag vanuit onwetendheid, hebzucht en agressie en daarnaast het vasthouden aan het ego zijn de voornaamste gevaren voor onbalans in lichaamsenergieën.

Wat ik interessant vind en ook herken is de genoemde schadelijkheid van het bewust onderdrukken van natuurlijke functies. Ik ervaar tijdens werk dat ik in stress soms kan vergeten te eten of dat ik geen rust of pauze neem terwijl ik wel voel dat het slim zou zijn. Voor mij klinkt het dus best logisch en verstandig om hier naar te kijken en dit niet te negeren of onderdrukken.

De Tibetaanse geneeswijze

De geneeswijzen richten zich op de balans tussen wind, gal en slijm en het herstellen of in stand houden van deze balans. Deze lichaamsenergieën circuleren door het lichaam en worden vanuit een holistische visie in verband gebracht met onder andere persoonlijkheid, jaargetijden, leeftijd, voeding, gedrag en fysieke omgeving.

Methoden voor diagnose zijn veelal op basis van polsslag en urine. Men gebruikt bijvoorbeeld geneeskrachtige kruiden, elixers, acupunctuur en genezing vanuit kennis of helend bewustzijn om daarmee het organische systeem als geheel weer te herstellen.

Een goede arts dient naast academische deskundigheid ook tot de juiste innerlijke eigenschappen te beschikken. Er is liefde, vriendelijkheid en mededogen benodigd ten opzichte van patiënten. Wijsheid en mededogen zorgen voor de juiste aandacht aan de lichamelijke, emotionele en spirituele behoeften van patiënten. De ‘ideale dokter’ vanuit het boeddhisme combineert daarom medisch inzicht met wijsheid en mededogen.

In de volgende vier alinea’s zal ik langs een aantal belangrijke thema’s/ideeën lopen die ik tegenkom binnen de boeddhistische geneeskunst.

Lijden

Het lijden ontstaat vanuit onze voortdurende pogingen om onszelf een vaste plek te geven binnen een eeuwig veranderd universum. De overdreven gehechtheid aan het lichaam en identiteit zorgen daardoor enkel voor lijden.

Door middel van meditatie verdwijnt geleidelijk de identificatie met het ego en ontwikkelt inzicht in de veranderende aard van alle bestaan. Het volledige inzicht leidt tot het zogenaamde Nirvana, het einde van alle lijden. Mededogen en verlichting van menselijk lijden staan centraal in de boeddhistische geneeskunst.

Universeel verbonden

De ware genezing begint binnen onszelf wanneer we ontdekken dat we verbonden zijn met grotere krachten van het universum. Ons lichaam is onderdeel van een universeel lichaam en onze geest is onderdeel van een universele geest. Deepak Chopra omschrijft het als ‘ieder mens mag dan afzonderlijk en onafhankelijk lijken, toch zijn we allen verbonden met intelligentiepatronen die de hele kosmos beheersen’.

We willen in het algemeen graag gelukkig zijn en lijden vermijden. We verlangen naar gezondheid met lichamelijk en geestelijk welzijn en willen uiteraard niet ziek zijn. Gezondheid is dus niet enkel van persoonlijk belang, maar is universeel waarbij iedereen een gedeelde verantwoordelijkheid heeft.

Onderlinge afhankelijkheid van geest, lichaam en vitaliteit

De Tibetaanse geneeskunst legt de nadruk op de onderlinge afhankelijkheid van geest, lichaam en vitaliteit. Dit is duidelijk een boeddhistisch aspect van de Tibetaanse geneeskunst. De arts leidt de patiënt richting gezondheidsbevorderend gedrag om daarmee het evenwicht van lichaam en geest te herstellen. Dit zal vervolgens leiden tot fysiek, emotioneel en spiritueel welzijn.

Bewustzijn en harmonie

In de boeddhistische geneeskunst spelen bewustzijn en harmonie een belangrijke rol. Bewustzijn creëert de werkelijkheid, ofwel de verwachtingen van iemand zelf hebben invloed op het resultaat. Om deze reden moet gewaarzijn, aandacht en intentie deel uitmaken van de gezondheidszorg en niet enkel bijvoorbeeld medicijnen, bestraling of chirurgie. De bewustzijnstoestand is immers het belangrijkste element in het genezingsproces en kan daarom niet genegeerd worden.

Een oud boeddhistisch gezegde luidt: ‘Als je wilt weten waar je in het verleden mee bezig was, onderzoek dan nu je lichaam. Als je wilt weten hoe je lichaam er in de toekomst uit zal zien, kijk dan waar je nu mee bezig bent.’

Deepak Chopra zegt dat ‘volgens boeddhistische opvattingen de transformatie van geest en lichaam begint met de ervaring van sunyata – de zuivere, onmeetbare potentie van alles wat er ooit was of zal zijn’. Ik kan me voorstellen dat dit wat zweverig klinkt. Ik interpreteer het als een soort geloof, visie of vertrouwen. Het geloof of vertrouwen dat nodig is om geest en lichaam naar ‘genezing’ te sturen. De bewustzijnsverandering brengt een transformatie in het lichaam teweeg. Ik wil vanuit dit bewustzijn de koppeling leggen tussen de boeddhistische geneeskunst en de westerse gezondheidszorg met behulp van het placebo-effect.

Placebo-effect

De westerse gezondheidszorg gaat uit van wetenschappelijk onderzoek en het placebo-effect is een interessant fenomeen dat ik graag gebruik om een koppeling te maken tussen de boeddhistische geneeskunst en de westerse gezondheidszorg.

Een placebo is een nepmedicijn dat zelf geen genezende werking heeft. De patiënt zelf weet niet dat hij een placebo krijgt, maar denkt dat hij een geneesmiddel gebruikt. Een patiënt kan positief of negatief (ook wel nocebo-effect) reageren: de klachten kunnen verdwijnen of er kunnen bijwerkingen ontstaan die de patiënt verwacht.

Het placebo-effect is een psychisch effect en draait om de verwachtingen die iemand heeft en het uitkomen van deze verwachtingen. De verwachting wordt uiteindelijk werkelijkheid, enkel door de kracht van gedachten en geloof in die ‘richting’. Dit betekent dat je jezelf ziek kunt denken met beperkende gedachten en emoties, maar ook dat je jezelf kunt genezen vanuit vertrouwen, geloof en positieve gedachten.

Uit verschillende onderzoeken blijkt een aantal zaken over het placebo-effect. Het belangrijkste voor het placebo-effect blijkt de inzet en het (zelf)vertrouwen van de behandelaar te zijn. Hoe meer zekerheid en geloof de behandelaar toont, hoe groter het placebo-effect zal zijn. Als de arts ook zelf niet weet dat het middel een placebo betreft, zal het effect nog groter zijn. Dit is vastgesteld bij een onderzoek waarbij de arts en de patiënt allebei niet bekend waren met het feit dat het middel een placebo betrof.

We zien dus samengevat dat vertrouwen en geloof een geneeskrachtige werking kunnen hebben. Daarnaast zien we dat beperkende gedachten en emoties ervoor kunnen zorgen dat we daadwerkelijk ziek worden.

Gezondheidszorg in het westen vs. boeddhistische geneeskunde

In de westerse samenleving heerst er nog een vrij materialistische manier van kijken naar ziekte en gezondheid. De basis is het lichaam en men kijkt vanuit de problemen/ziekte naar genezing door dit als het ware weg te willen nemen als ‘los’ onderdeel. Er wordt niet altijd ruimte geboden aan spiritualiteit. In de westerse cultuur lijkt er meer gehecht te worden aan het ego, identiteit en het lichaam, terwijl vanuit het boeddhisme meer naar onthechting en juist het geheel van lichaam en geest wordt gekeken.

In het boeddhisme is het fysieke lichaam een nevenproduct van subtiele aspecten van ons bestaan. De geneeskunst richt zich dan ook op het beïnvloeden van deze subtiele aspecten om daarmee ons inzicht te transformeren. Er wordt gewerkt aan gedachten, gevoelens, emoties en begeerten die vervolgens doorwerken in het fysieke lichaam. Er is dus sprake van een geloof in een eigen helend vermogen dat als het ware geactiveerd kan worden.

Eigenlijk is de Tibetaanse geneeskunde daarmee zeer preventief en richt het zich continue op gezondheidsbevorderend gedrag zoals kennis, voeding, slaap, bewustzijn en rust/meditatie. Ziekte leert ons over de vergankelijkheid van het bestaan. Wijsheid die ontstaat uit meditatie wordt beschouwd als belangrijkste medicijn. Uiteraard betekent dit niet dat je zomaar jezelf kan genezen in elke situatie, maar het toont wel aan hoeveel invloed je hebt om je eigen gezondheidsbevorderend gedrag te stimuleren.

Positieve Gezondheid

Er zijn wel ontwikkelingen te zien in de gezondheidszorg waar we meer aansluiting zien tussen het boeddhisme en de westerse gezondheidszorg, zoals het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’. Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid waarbij de aandacht verschuift van ziekte naar de mens zelf.

Er wordt een invalshoek gekozen waarbij het om een betekenisvol leven van mensen gaat met de nadruk op veerkracht, eigen regie en aanpassingsvermogen. Bij Positieve Gezondheid staat wat de persoon zelf belangrijk vindt centraal en waar die persoon aan wil werken.

Ik denk dat Positieve Gezondheid meer aansluit bij de mens als geheel en het universele aspect van gezondheid. Op het moment dat aandacht enkel naar problemen gaat, zal dit de kans op negatieve beperkende gedachten stimuleren. Dit vergroot de kans op problemen (nocebo-effect). Als de aandacht echter verschuift naar een betekenisvol leven zullen juist meer gedachten daarover ontstaan. Dit zal gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren.

We zien dus al dat er in de westerse gezondheidszorg bewegingen zijn om minder te kijken naar ‘geïsoleerde’ problemen, maar juist meer naar de persoon als geheel.

Samengevat

Uiteraard is dit geen alomvattend verhaal wat betreft de boeddhistische en westerse geneeskunde, maar eerder een korte verkenning tussen twee zeer verschillende denkwerelden.

Het belangrijkste dat we kunnen leren van de Tibetaanse geneeskunst is om breder te kijken naar gezondheid en de mens. Het is te kortzichtig om naar gezondheid te kijken als iets dat overblijft bij de afwezigheid van ziekte of problemen. Daarom is het goed om aandacht te hebben voor de mens als geheel en gezondheidsbevorderend gedrag op gebieden zoals kennis, voeding, slaap, bewustzijn, en rust/meditatie.

We kunnen meer aandacht besteden aan het transformeren van mogelijke zelfbeperkende gedachten/emoties en de invloed erkennen van geloof en vertrouwen in het proces van genezing. Dit hoeven we overigens niet te doen vanuit een boeddhistische bril, maar kan vanuit een breder westers perspectief zoals Positieve Gezondheid. De boeddhistische geneeskunst zal op haar beurt kunnen leren van bijvoorbeeld de methodiek en analyse binnen de westerse gezondheidszorg.

Als we meer vanuit denkwijze, voedingswijze en leefwijze van een persoon gaan kijken zal de gezondheidszorg wat mij betreft verbeteren en zullen we vaker bezig zijn met oorzaakbestrijding in plaats van symptoombestrijding. Een stukje meer aandacht naar elkaar als geheel zonder snelle oordelen is hoe dan ook een mooi streven!

– De Boeddhist –

Geïnteresseerd in boeddhisme? Voor interessante boeken over boeddhisme kun je hier klikken.

meditatie_foto

5 tips in boeddhistische meditatie van Ajahn Brahm

Afgelopen maand heb ik onder andere het boek ‘Helder inzicht, diepe verstilling’ van Ajahn Brahm gelezen. Er staan veel tips in over meditatie en ik vind het leuk om hierover wat tips te delen! Het boek is een handboek in boeddhistische meditatie, waarvan ik ook voor de liefhebber een review heb toegevoegd aan de site! Mediteren kan erg uitdagend zijn, maar is het absoluut waard om te beoefenen. Vandaar in dit blog een aantal tips voor tijdens het mediteren!

Mediteren is loslaten

Meditatie gaat over loslaten. De wereld om je heen probeer je los te laten om zo tot een bepaalde vrede in jezelf te komen. Je kunt het zien als het trainen van de geest. Veel mensen worden, waaronder ikzelf, overheerst door allerlei gedachten. We kunnen over alles nadenken, om dan over het denken zelf te gaan nadenken en vervolgens kunnen we daar eventueel weer over nadenken. Wie begrijpt het nog allemaal! Meditatie is tot rust komen door stil te staan en even te stoppen. Dit stoppen kan erg krachtig en fijn zijn!

Meditatie is hard werken

Ajahn Brahm is erg duidelijk in het boek: het beoefenen van meditatie is hard werken, zeker in het begin! Zonder (bekwame) inspanning zul je geen vooruitgang boeken. Het doel van meditatie volgens Ajahn Brahm is het ervaren van de schoonheid van stilte, verstilling en helderheid van geest.

Een quote over loslaten uit het boek:
De inspanning is gericht op het leren loslaten, op het ontwikkelen van een geest die afstand doet, de dingen die opkomen laten varen. De Boeddha zei dat de belangrijkste factor om een zo diep meditatieniveau – en daarmee die krachtige gemoedstoestanden van innerlijke gelukzaligheid – te bereiken het vermogen is los te laten, afstand te doen, te verzaken.

Tips voor tijdens het mediteren

In het boek van Ajahn Brahm komen een aantal handige tips voor meditatie-beoefenaars naar voren die ik hier graag wil delen! Dit is slechts een kleine selectie van de vele tips die beschreven staan in het boek. Dit kunnen handige tips zijn voor zowel de beginnende als de meer gevorderde beoefenaar.

De tips kunnen een toevoeging zijn op hoe jij nu meditatie beoefent of wil gaan beoefenen. Voor de beginnende beoefenaar is het denk ik fijn en aan te raden om een bepaalde methode of handboek zoals die van Ajahn Brahm te volgen. Zoek een methode die bij je past en prettig voelt. Een methode biedt namelijk een stukje structuur in de beoefening, waardoor het mogelijk makkelijker vol te houden is. Hoe dan ook, hier komen de tips!

Tip 1 – Geniet van het stil zijn

Stilte is heerlijk! Geniet van het stil zijn en laat het innerlijke praten voor wat het is. Als het lukt om iets langer in stil gewaarzijn in het huidige moment te zijn, merk en besef je hoe heerlijk dat is. Als je deze ‘succes’ ervaringen hebt, dan wordt stilte vanzelf aantrekkelijker en belangrijker. Wanneer we doorhebben dat het meeste van ons denken helemaal niet nuttig is en ons eigenlijk nergens brengt, zullen we meer tijd in innerlijke kalmte willen doorbrengen!

Tip 2 – Slechte meditatie bestaat niet

Deze tip wordt wel vaker genoemd. Een mooie manier om te kijken naar ‘slechte’ meditatie is het besef dat mediteren hard werken is. De ‘slechte’ momenten zijn het noodzakelijk gezwoeg voor je ‘loon’. Net zoals je niet elke dag salaris krijgt, is niet elke meditatie een ‘betaaldag’. Een ‘slechte’ sessie is dus benodigde arbeid en deze inspanning is nodig om de geest te ontwikkelen. Het kan helpen om op deze manier er naar te kijken op die momenten dat je vindt dat een meditatiesessie niet goed was!

Tip 3 – Heb geduld in de opbouw van meditatie

Veel mensen die beginnen met mediteren proberen ademhalingsmeditatie met een nog ‘onrustige’ geest die tussen verleden en toekomst heen en weer springt en waarbij nog veel innerlijk commentaar aanwezig is. Ajahn Brahm benoemt het belang van juiste voorbereiding en het doorlopen van verschillende fases in meditatie. Leg het juiste fundament, waarbij je eerst traint op focus en basisoefeningen voor bewustzijn van het hier en nu. Pas later komt ademhalingsmeditatie aan bod. Geduld is hierbij belangrijk, omdat je anders snel gefrustreerd kan raken en het mediteren misschien te snel opgeeft. Gun jezelf dus geduld en vertrouw op het nut van kleine stapjes!

Tip 4 – Het maakt niet uit waar je je ademhaling waarneemt

Op het moment dat je je op de ademhaling concentreert, betekent dit per definitie dat je je concentreert op je ademhaling in het nu. Je ervaart als het ware wat de ademhaling doet. Het is niet nodig om je ademhaling op specifieke plekken te volgen, zoals bijvoorbeeld op het puntje van je neus of in de buik. Ajahn Brahm zegt dat dit dan eigenlijk ‘neusbewustzijn’ of ‘buikbewustzijn’ is en dus helemaal niet gericht op de adem. Het kan daarmee zelfs afleiden van de adem als geheel. Maak je dus niet druk over waar je de ervaring waarneemt, maar richt je op de ervaring zelf. Voel!

Tip 5 – Probeer je ademhaling niet te controleren

Bij ademhalingsmeditatie kan de neiging ontstaan om de ademhaling te controleren. Dit kan het ademen zelf ongemakkelijk maken doordat je jezelf aanwijzingen geeft. Je hoeft echter alleen maar gewoon te kijken naar je ademhaling, maar je hoeft geen aanwijzingen aan jezelf te geven of er iets van te vinden. Probeer te genieten en de adem gewoon te laten ademen. Observeer dat zonder oordeel. Als je zonder onderbreking je ademhaling kan volgen, dan zul je meer vrede en vreugde voelen!

Dat waren ze alweer! En als uitsmijter misschien wel het allerbelangrijkste bij mediteren: Geniet ervan! Heb plezier in mediteren en het hele proces daaromheen!

De Boeddhist

– Interesse in het boek van Ajahn Brahm? Bekijk het op bol.com of lees mijn review! –

conifer-dawn-daylight-evergreen-167698

Mindful luisteren en stilte vanuit het boeddhisme

Het is misschien wel de grootste uitdaging in het leven: luisteren! 😉 Ik denk dat iedereen wel eens ervaren heeft dat het erg lastig kan zijn om te luisteren, maar ook hoe fijn het is om te ervaren als iemand echt naar je luistert!

Geïnspireerd door het boek Stilte van Thich Nhat Hanh vraag ik mij vanuit het boeddhisme af: Wat is luisteren en hoe leren we luisteren naar de stilte? Deze vragen leiden mij naar mindfulness, meditatie en stilte. Het boek Stilte van Thich Nhat Hanh gaat over luisteren in een wereld van lawaai en is denk ik erg relevant in onze westerse samenleving. Mijn review van dit boek en andere interessante boeken over het boeddhisme kun je hier vinden.

Wordt er veel geluisterd door mensen?

Waarom praten en delen mensen? Het kan zijn dat we praten om elkaar op ons gemak te laten voelen: het praten zelf vervult op die manier een functie en in dat geval is het niet altijd van belang dat er diep geluisterd wordt. Het praten kan bijvoorbeeld zijn om praktische informatie uit te wisselen: dit lukt vaak prima. Dit zijn gesprekken waar niet veel ruimte in jezelf voor nodig is, aangezien het niet de diepte in gaat.

Overigens is in dit soort gesprekken wel een bepaalde minimale aandacht nodig. De afleiding van een smartphone kan bijvoorbeeld dit type gesprek al wel verstoren. Gesprekken kunnen daarnaast soms langs elkaar heen gaan, waarbij het meer om de beurt praten is dan daadwerkelijk reageren op wat de ander zegt. Dit gaat allemaal om meer oppervlakkige of snelle/korte gesprekken, maar hoe zit het wanneer er gesprekken met meer diepgang ontstaan?

Ruimte om te luisteren in diepere gesprekken

Op het moment dat gesprekken of discussies dieper gaan, belanden we op een abstracter vlak van het onder woorden brengen van emoties, gevoelens, diepere gedachten en drijfveren. Deze diepgang vergt uiteraard meer ruimte van onszelf! Dit geldt ook voor gesprekken met jezelf op een dieper niveau. Gesprekken op dieper niveau lukken niet goed met afleiding of zonder mentale ruimte. Of dit nu het luisteren naar jezelf of het luisteren naar anderen is.

Discussies of gesprekken worden wat mij betreft wel interessanter wanneer mensen echt proberen te luisteren en te begrijpen wat de ander zegt. Uiteindelijk leer je weinig nieuws van wat je zelf zegt, dit wist je immers al!

Wat is luisteren?

Luisteren kan verschillende dingen betekenen zoals het luisteren naar je hart, luisteren naar de natuur en luisteren naar andere mensen. Naar anderen luisteren is eigenlijk een ander proberen te begrijpen en een ander de ruimte bieden om te delen. We proberen te begrijpen wat de ander zegt, verbaal en non-verbaal, bewust en onbewust. En daar komt veel bij kijken! We hebben namelijk te maken met energie van mensen en daarnaast met allerlei bewust en onbewust gedrag wat niet altijd met elkaar overeen komt.

Om een goede poging te kunnen doen om oprecht te luisteren is de intentie nodig om iemand echt te willen begrijpen, maar ook de stilte en ruimte om dit vervolgens te kunnen doen. Luisteren betekent dat je ontvangt en om te ontvangen is ruimte in jezelf nodig. Als deze ruimte er niet is dan kost het veel energie om te luisteren en is het mogelijk tevergeefs.

De uitdaging van luisteren

Het is lastig om echt te luisteren. We willen immers graag begrepen worden en daardoor zijn we geneigd eerst te gaan zenden. Zo kunnen we bijvoorbeeld tijdens het luisteren al bezig zijn met wat we willen gaan zeggen nadat iemand uitgesproken is. Bij mij lijkt de behoefte om te zenden kleiner te worden wanneer ik eerst goed naar mezelf luister. Mindfulness en meditatie kunnen daarbij helpen!

Het kan een mooie uitdaging zijn eerst de ander proberen te begrijpen, hoe moeilijk het misschien ook is. En wie weet beantwoorden anderen dat vervolgens door ook te luisteren. De vraag is echter nog wel hoe we ruimte maken om beter te kunnen luisteren naar anderen en onszelf.

Het belang van mindfulness en stilte

Thich Nhat Hanh benoemt het belang van mindfulness en stilte in zijn boek. Hij omschrijft het als volgt:

‘Stilte is essentieel.
We hebben stilte nodig,
net zoals we lucht nodig hebben
en een plant licht nodig heeft.
Met een geest propvol woorden en gedachten,
is er geen ruimte voor onszelf.’

Ons hoofd kan behoorlijk geplaagd worden door allerlei ronddraaiende gedachten. Stilte is niet vanzelfsprekend en het kan zelfs als het buiten stil is nog erg druk zijn in ons hoofd. Hoeveel minuten per dag verblijf jij in volledige stilte? Volgens Thich Nhat Hanh lijkt het alsof we soms onze gedachten constant aan het herkauwen zijn. En ja, dit zijn voornamelijk de negatieve gedachten! We ‘eten’ ze en laten ze weer opkomen om ze eindeloos te herkauwen zoals een koe zijn eten kauwt. Dat klinkt natuurlijk niet heel gezond!

Thich Nhat Hanh zegt daarom dat het gezonder is om mindful consumeren te beoefenen van zowel zintuiglijk als eetbaar voedsel. Dit betekent om zo veel mogelijk de activiteiten die je doet in het nu te beleven. Richt je aandacht volledig op wat je doet en probeer volledig aandachtig aanwezig te zijn in het moment. Thich Nhat Hanh is wat mij betreft een erg goede schrijver over de beoefening van mindfulness en heeft hierover veel mooie boeken geschreven. Als je hier meer over wilt weten zou je hier eens een kijkje kunnen nemen!

Ruimte en stilte in jezelf scheppen

Ruimte en stilte creëren in jezelf is hard werken. We hebben het tegenwoordig vrij druk allemaal en er gebeurt veel om ons heen! Er wordt doorgaans veel van ons verwacht en deze verwachtingen komen vaak ook nog eens vanuit onszelf. Door alle drukte kan er dus simpelweg geen ruimte aanwezig zijn om de ander echt te kunnen horen en begrijpen. Gelukkig kunnen we hier wel wat aan doen! Er zal namelijk meer stilte en meer kwalitatieve aandacht ontstaan door het beoefenen van mindfulness.

Stilte maakt diep luisteren en mindful antwoorden mogelijk en zo kan open en eerlijke communicatie ontstaan. Als je het gevoel hebt te druk te zijn, kun je proberen vaker te luisteren naar je ademhaling en te mediteren. Juist als je het gevoel hebt dat je druk bent is niet-handelen belangrijk en daar mag je best de tijd voor nemen! Bij niet-handelen stop je met denken, breng je je geest terug in je lichaam en ben je volledig aanwezig in het hier en nu. Dit vraagt tijd en oefening, maar is het zeker waard!

Ik eindig graag met de volgende uitspraak van Thich Nhat Hanh:

Neem dagelijks de tijd om met mededogen te luisteren naar je innerlijk kind, naar die dingen in jezelf die schreeuwen om gehoord te worden. Dan zul je weten hoe je naar anderen kunt luisteren.’

De Boeddhist

Klik hier om het boeken van Thich Nhat Hanh te bekijken op bol.com

adventure-calm-clouds-dawn-414171

Leeg zijn van inherent bestaan en het ego

Net als de illusies van een goochelaar, dromen en een maan weerspiegeld in water,
zijn alle wezens en hun omgevingen leeg van inherent bestaan.
Hoewel ze niet substantieel bestaan, rijzen ze allemaal op als luchtbellen in water.

– Gung Tang –

Dit thema uit het boeddhisme blijft mij ontzettend boeien, omdat het veel logica bevat. Het idee van leeg zijn van inherent bestaan en het ‘ik’ of ego als een illusie. In het boeddhisme wordt verteld hoe je na (zelf)onderzoek erachter komt dat het ‘ik’ en andere verschijnselen een inherent bestaan lijken te hebben, maar feitelijk leeg zijn van inherent bestaan. Wat betekent dit? Het is zoals een gezicht in een spiegel een gezicht lijkt te zijn, maar geen echt gezicht is. Het bestaat niet onafhankelijk, maar is afhankelijk van de andere kant van de spiegel.

Betekent dit dan dat ik niet besta? Nee, dit betekent vanuit het boeddhisme gezien dat ik en jij vergelijkbaar als een illusie bestaan. Mensen en dingen zijn daarmee leeg van een eigen, onafhankelijk fundament, maar ze zijn ook zeker niet niet-bestaand. Ze zijn namelijk wel te ervaren, zoals we elke dag merken!

Ongunstige emoties

Wat betekent dit dan wel? Er is een conflict tussen wat iets schijnt te zijn en wat het is. Door ons mee te laten slepen in de schijn van inherent bestaan, overdrijven we hoe belangrijk goede en slechte verschijnselen zijn en worden we gestuurd door lust, haat en verlangens. Deze ongunstige emoties kunnen verminderd worden door het besef van leeg zijn van inherent bestaan van mensen en dingen. Deze emoties zijn immers overdrijvingen van bepaalde percepties, zoals wanneer je boos bent op iemand en je alles negatief uitlegt ten aanzien van die persoon. Achteraf blijkt dit vaak overdreven.

Inzicht door beoefening van leegte

Inzicht ontstaat volgens de Dalai Lama door de beoefening van leegte. Die leegte is misschien te vergelijken met het meer bekende idee ‘alles is relatief’. Hoe komt het dat een oorzaak in relatie staat tot zijn gevolg? Vanuit het boeddhisme is dit omdat de oorzaak geen eigen fundering bezit. Dan zou de oorzaak immers niet afhankelijk zijn van zijn gevolg. En het gevolg bestaat enkel door de oorzaak. De Boeddha concludeert dat ‘alles wat afhangt van condities leeg is van zijn eigen inherente bestaan’.

De volgende tekst van Nagarjuna sluit hierbij aan:
Een dader is afhankelijk van een daad,
En een daad bestaat in afhankelijkheid van een dader.
Behalve afhankelijk ontstaan zien we geen andere oorzaak voor hun fundering.

Het ‘ik’

Dit leidt tot de vraag: hoe zelfstandig bestaan mensen en dingen? Alles is immers afhankelijk van andere dingen.

Laten we het ‘ik’ nader bekijken. Het ‘ik’ ontstaat in afhankelijkheid van geest en lichaam. Toch is het ‘ik’ niet de geest of/en het lichaam. De geest en het lichaam zijn ook niet het ‘ik’. Dit betekent dat het ‘ik’ afhangt van het conceptuele denken van de geest. Het ‘ik’ bestaat doordat de geest dit denkt. Het ‘ik’ hangt dus af van het denken en dit impliceert dat het ‘ik’ niet in en uit zichzelf bestaat. Het bestaat in afhankelijkheid van de geest.

Wat mij betreft interessante en relativerende materie om over na te denken! Maar dit zijn wel genoeg gedachten voor vanavond. ‘Ik’ ga proberen te slapen! 😉

De Boeddhist

boeddhisme_foto

Is boeddhisme moeilijk of juist makkelijk?

Soms vraag ik mij weleens af: is het makkelijk om de principes van het boeddhisme uit te voeren of juist moeilijk? Maak ik dingen ingewikkeld of is het daadwerkelijk ingewikkeld? Ik vind het moeilijk ergens weinig van te vinden of ergens weinig gedachten bij te hebben.

Ik heb zojuist een wandelingetje gemaakt richting de supermarkt en er staat een prachtig laag zonnetje die mij meteen in een ontspannen en rustige staat brengt. Ik zie hierdoor geen donder, maar dat maakt even niet uit. Ik sta voor een stoplicht te wachten en kijk ondertussen naar de auto’s die, net als ik, voor hetzelfde stoplicht staan te wachten. De voetgangers mogen eerst oversteken en dus begin ik te lopen. Wanneer ik vervolgens langs de auto’s loop zie ik dat in drie van de vijf auto’s de bestuurder op zijn of haar smartphone bezig is. Één van die drie bestuurders zit daarbij niet eens alleen in de auto. Of dit het erger zou maken weet ik overigens niet.

In eerste instantie triggert dit beeld bij mij een soort frustratie en heb ik ook duidelijk een oordeel over dit gedrag. Ik vraag mij af waarom iemand het nodig zou vinden om op zo’n moment afleiding te zoeken op een smartphone. Hoe ontstaat zoiets? Vervolgens vraag ik mij af wie ik dan weer ben om daar iets van te vinden. Zou het mij dan weer beter maken dat ik zoiets niet zou doen? Kan ik hier wel iets van vinden of is dat arrogant gedrag? Wanneer mag je eigenlijk een mening hebben over iets en moet je dan zelf ook consequent zijn in je gedrag? Hoe zit dit nou met het boeddhisme en moet ik bij alles altijd maar zelf gaan bedenken hoe en wat? Is een mening hebben of geen mening hebben goed of juist niet? Of is het allemaal gewoon goed?

Ik reken af en ondertussen loop ik blijkbaar al weer terug naar huis. Ik merk dat ik het weer los laat en richt mij weer op het zonnetje in mijn ogen, waardoor ik nauwelijks wat zie. Ik ben weer ontspannen en rustig en licht. Ik ben gewoon weer. Misschien het beste maar ook zo.

De Boeddhist