Leeg zijn van inherent bestaan en het ego

Leeg zijn van inherent bestaan en het ego

Net als de illusies van een goochelaar, dromen en een maan weerspiegeld in water,
zijn alle wezens en hun omgevingen leeg van inherent bestaan.
Hoewel ze niet substantieel bestaan, rijzen ze allemaal op als luchtbellen in water.

– Gung Tang –

Dit thema uit het boeddhisme blijft mij ontzettend boeien, omdat het veel logica bevat. Het idee van leeg zijn van inherent bestaan en het ‘ik’ of ego als een illusie. In het boeddhisme wordt verteld hoe je na (zelf)onderzoek erachter komt dat het ‘ik’ en andere verschijnselen een inherent bestaan lijken te hebben, maar feitelijk leeg zijn van inherent bestaan. Wat betekent dit? Het is zoals een gezicht in een spiegel een gezicht lijkt te zijn, maar geen echt gezicht is. Het bestaat niet onafhankelijk, maar is afhankelijk van de andere kant van de spiegel.

Betekent dit dan dat ik niet besta? Nee, dit betekent vanuit het boeddhisme gezien dat ik en jij vergelijkbaar als een illusie bestaan. Mensen en dingen zijn daarmee leeg van een eigen, onafhankelijk fundament, maar ze zijn ook zeker niet niet-bestaand. Ze zijn namelijk wel te ervaren, zoals we elke dag merken!

Wat betekent dit dan wel? Er is een conflict tussen wat iets schijnt te zijn en wat het is. Door ons mee te laten slepen in de schijn van inherent bestaan, overdrijven we hoe belangrijk goede en slechte verschijnselen zijn en worden we gestuurd door lust, haat en verlangens. Deze ongunstige emoties kunnen verminderd worden door het besef van leeg zijn van inherent bestaan van mensen en dingen. Deze emoties zijn immers overdrijvingen van bepaalde percepties, zoals wanneer je boos bent op iemand en je alles negatief uitlegt ten aanzien van die persoon. Achteraf blijkt dit vaak overdreven.

Inzicht ontstaat volgens de Dalai Lama door de beoefening van leegte. Die leegte is misschien te vergelijken met het meer bekende idee ‘alles is relatief’. Hoe komt het dat een oorzaak in relatie staat tot zijn gevolg? Vanuit het boeddhisme is dit omdat de oorzaak geen eigen fundering bezit. Dan zou de oorzaak immers niet afhankelijk zijn van zijn gevolg. En het gevolg bestaat enkel door de oorzaak. De Boeddha concludeert dat ‘alles wat afhangt van condities leeg is van zijn eigen inherente bestaan’.

De volgende tekst van Nagarjuna sluit hierbij aan:
Een dader is afhankelijk van een daad,
En een daad bestaat in afhankelijkheid van een dader.
Behalve afhankelijk ontstaan zien we geen andere oorzaak voor hun fundering.

Dit leidt tot de vraag: hoe zelfstandig bestaan mensen en dingen? Alles is immers afhankelijk van andere dingen.

Laten we het ‘ik’ nader bekijken. Het ‘ik’ ontstaat in afhankelijkheid van geest en lichaam. Toch is het ‘ik’ niet de geest of/en het lichaam. De geest en het lichaam zijn ook niet het ‘ik’. Dit betekent dat het ‘ik’ afhangt van het conceptuele denken van de geest. Het ‘ik’ bestaat doordat de geest dit denkt. Het ‘ik’ hangt dus af van het denken en dit impliceert dat het ‘ik’ niet in en uit zichzelf bestaat. Het bestaat in afhankelijkheid van de geest.

Wat mij betreft interessante en relativerende materie om over na te denken! Maar dit zijn wel genoeg gedachten voor vanavond. ‘Ik’ ga proberen te slapen! 😉

De Boeddhist

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *