Is boeddhisme moeilijk of juist makkelijk?

Is boeddhisme moeilijk of juist makkelijk?

Soms vraag ik mij weleens af: is het makkelijk om de principes van het boeddhisme uit te voeren of juist moeilijk? Maak ik dingen ingewikkeld of is het daadwerkelijk ingewikkeld? Ik vind het moeilijk ergens weinig van te vinden of ergens weinig gedachten bij te hebben.

Ik heb zojuist een wandelingetje gemaakt richting de supermarkt en er staat een prachtig laag zonnetje die mij meteen in een ontspannen en rustige staat brengt. Ik zie hierdoor geen donder, maar dat maakt even niet uit. Ik sta voor een stoplicht te wachten en kijk ondertussen naar de auto’s die, net als ik, voor hetzelfde stoplicht staan te wachten. De voetgangers mogen eerst oversteken en dus begin ik te lopen. Wanneer ik vervolgens langs de auto’s loop zie ik dat in drie van de vijf auto’s de bestuurder op zijn of haar smartphone bezig is. Één van die drie bestuurders zit daarbij niet eens alleen in de auto. Of dit het erger zou maken weet ik overigens niet.

In eerste instantie triggert dit beeld bij mij een soort frustratie en heb ik ook duidelijk een oordeel over dit gedrag. Ik vraag mij af waarom iemand het nodig zou vinden om op zo’n moment afleiding te zoeken op een smartphone. Hoe ontstaat zoiets? Vervolgens vraag ik mij af wie ik dan weer ben om daar iets van te vinden. Zou het mij dan weer beter maken dat ik zoiets niet zou doen? Kan ik hier wel iets van vinden of is dat arrogant gedrag? Wanneer mag je eigenlijk een mening hebben over iets en moet je dan zelf ook consequent zijn in je gedrag? Hoe zit dit nou met het boeddhisme en moet ik bij alles altijd maar zelf gaan bedenken hoe en wat? Is een mening hebben of geen mening hebben goed of juist niet? Of is het allemaal gewoon goed?

Ik reken af en ondertussen loop ik blijkbaar al weer terug naar huis. Ik merk dat ik het weer los laat en richt mij weer op het zonnetje in mijn ogen, waardoor ik nauwelijks wat zie. Ik ben weer ontspannen en rustig en licht. Ik ben gewoon weer. Misschien het beste maar ook zo.

De Boeddhist

Mindfullness: bewuste en niet-bewuste periodes

Mindfullness: Bewuste en niet-bewuste periodes

Ik heb erg genoten van het lezen van het boek Stilte van Thich Nhat Hanh, waar ik een korte review over heb geschreven in mijn boekenkast.

Wat me het meest is bijgebleven is onderstaand stuk tekst (vrij vertaald uit het boek):

Wanneer je de ruimte in jezelf opent merk je dat mensen je op komen zoeken om bij je te zijn. Je hoeft daarvoor helemaal niets te doen of te zeggen. Als je zelf oefent en zo ruimte en stilte in jezelf schept, zullen anderen zich aangetrokken voelen door de ruimte in je. Mensen zullen zich op hun gemak voelen als ze bij je zijn, vanwege de kwaliteit van je aanwezigheid.

Thich Nhat Hanh noemt dit de heilzame werking van niet-handelen. Je stopt met denken, brengt je geest terug in je lichaam en bent volledig aanwezig. Hij omschrijft het als een dynamische en creatieve staat van openheid, waarvoor je alleen maar heel wakker en helder dient te zitten.

Ik vind het een erg mooie omschrijving van wat ik zelf ervaar of juist niet ervaar in mijn leven. Ik ervaar dat mijn eigen ‘spirituele bewustzijn’, ‘ruimte’ of ‘mindfullness’ afwisselend aanwezig of minder aanwezig is.

Ik heb periodes gehad waarin ik veel mediteerde en erg bewust was van de omgeving. Ik voelde dan een rust in mijn hoofd en lichaam. Ik merkte dat ik meer open stond voor de omgeving en dat ik meer leuke en bijzondere ervaringen had, zoals bijvoorbeeld simpelweg spontane praatjes met mensen. Ook zag ik toen meer kans om mensen te helpen: ik zag het als mensen hulp nodig hadden in de supermarkt of iemand in tranen zat in de trein waarmee ik dan vervolgens een open gesprek had. Hierdoor had ik veel ‘spirituele’ ervaringen en gebruikte ik de ruimte en rust die ik zelf voelde in mijn hoofd en lichaam.

Ik heb ook periodes waarin ik een stuk minder bewust ben. Ik ben dan gefocust op mijn werk of sport en heb voor mijn gevoel niet genoeg energie of tijd voor ‘bewustzijn’. In deze periodes zou ik niet durven af te stappen op iemand die huilt in de trein. Ik zou dit dan zien als bemoeienis van mezelf, omdat ik dan met mijn hoofd over de situatie nadenk en niet op mijn eerste gevoel af ga. Ook loop ik eerder door als ik de mogelijkheid zie om iemand ergens mee te helpen. Mijn gevoel zegt dan alsnog wel dat ik zou moeten helpen, wat zorgt voor een interne discussie tussen mijn gedachten en mijn eerste gevoel.

Ik vind het verschil tussen de verschillende periodes interessant. Ik voel me beter bij de ‘bewuste’ periodes en wie ik dan ben, maar het lijkt alsof ik die andere periodes ook nodig heb of niet kan voorkomen. Het lijkt een verschil tussen dominantie van mijn hoofd (het denken) en mijn gevoel (hart). Het lijkt veel met stress en perceptie van tijd te maken te hebben. In de ‘drukke’ perioden neem je juist minder tijd om te stoppen, waardoor je minder bewust bent. In rustige perioden lukt dit natuurlijk veel makkelijker. Ik denk dus dat er dan toch nog een mooie uitdaging zit om juist even te stoppen en niet te handelen in de drukke perioden! Dit blijft wel erg lastig, maar vind ik een mooi streven! 🙂

Ik benieuwd naar hoe anderen dit ervaren. Ervaar jij ook verschillende perioden van ‘bewustheid’?

De Boeddhist

Werkdruk en stress: waar maak ik mij eigenlijk druk om?

Werkdruk en stress: waar maak ik mij eigenlijk druk om?

Werkdruk vind ik een ingewikkeld onderwerp. Er is namelijk veel dat je zelf kan doen aan werkdruk, maar het kan gevoelig liggen om dit hardop te zeggen. Soms lukt het namelijk niet (meer) om er zelf iets aan te doen. En dan is het natuurlijk vervelend om iemand te horen zeggen dat je dit allemaal in eigen hand hebt. Ik geloof dit echter wel, maar zeg daarbij ook direct dat het niet altijd lukt het zelf om te draaien en weer grip te krijgen op de werkdruk en stress. En dit hoeft ook niet, want hulp vragen en krijgen is nooit erg.

Als je (te) veel werkdruk ervaart, dan is de vraag wat dit precies is. Is dit extern of kun je hier zelf wat aan doen? Binnen je werk heb je te maken met allerlei factoren: je taken, verwachtingen van je baas en collega’s, verwachtingen van jezelf over bijvoorbeeld ontwikkeling, kwaliteit en snelheid. Uiteindelijk heb je maar een beperkte tijd om al je taken uit te voeren en ondertussen met al deze verwachtingen en de omgeving om te gaan. Een mooi recept dus voor drukte in je hoofd!

In theorie geldt dat als jij helder hebt wat jouw taken zijn en je weet hoeveel tijd je daarvoor beschikbaar hebt je je een beeld kunt vormen of het realistisch is dit aan te kunnen. Stel jouw taken passen duidelijk niet in de beschikbare tijd: beslis dan daadwerkelijk dat het niet mogelijk is en begin met ‘nee’ zeggen. Durf aan te geven dat je bepaalde taken niet met kwaliteit kan uitvoeren. Ga eerlijk in gesprek en bewaak je eigen tijd. Alleen jij kan aangeven wat er van je verwacht kan worden. Als er te veel verwacht wordt, kun je dit aangeven en vragen om prioritering bij je leidinggevende. Het is krachtig als jij goed je grenzen kan aangeven en laat zien dat je overzicht hebt over je eigen werk. De angst dat je hierop afgerekend wordt is vaak onterecht.

Bovenstaande klinkt natuurlijk leuk, maar in de praktijk is het natuurlijk ontzettend lastig. Maar wat maakt dit allemaal zo lastig? Het is ontzettend moeilijk om ‘nee’ te zeggen en dit is iets om te oefenen als je dit lastig vindt. Vaak hoor ik dat mensen ‘nee zeggen’ niet durven vanwege angst voor confrontatie en falen of door onzekerheid over eigen kwaliteiten. De mooiste gedachte voor jezelf is hierin denk ik dat je weet dat je uiteindelijk beter presteert door jezelf in bescherming te nemen. Je functioneert nu eenmaal beter als je niet volledig in de stress zit en niet constant het gevoel hebt dat het allemaal niet past.

Het is moeilijk om aan te geven dat jij je werk niet kunt doen in de tijd die je daarvoor hebt. Dit kan voelen als falen, omdat je mogelijk verwacht dat je dit zou moeten kunnen of denkt dat je leidinggevende dit vindt. Als het echter de realiteit is, dan is het zinloos dit te ontkennen. Je gaat dan harder lopen dan je kan en wordt gestrest, dit zorgt voor een gebrek aan concentratie, plezier en energie. Hierdoor krijg je minder gedaan dan als je rustig en betrekkelijk ontspannen zou werken aan minder taken. Je kunt je overigens afvragen wat anderen fijner zouden vinden: dat ze zien dat je je werk onder controle hebt of dat je gestrest rondloopt en gebukt gaat onder allerlei verwachtingen. Wat mij betreft is minder taken uitvoeren met een goede kwaliteit beter dan proberen heel veel taken (half) te doen. Ik denk dat een leidinggevende het hier mee eens is.

Perceptie lijkt bij werkdruk het meest belangrijke. Je hebt namelijk wat je in realiteit kan en daarnaast wat de verwachtingen zijn. Werkdruk gaat over die verwachtingen en de discrepantie tussen de verwachtingen en de realiteit. Als jij enkel een gezonde werkdruk en passende verwachtingen over jezelf hebt zul je beter presteren dan als je vindt dat je alles perfect en snel moet doen. Dit laatste is niet realistisch en gaat dus alleen maar spanning opleveren. Wat mij betreft is het eerste veel plezieriger en iets om naar toe te werken. Sommigen zijn wel gebaat bij meer spanning dan anderen, dus iedereen zal een balans moeten zoeken tussen hoeveel je verwacht van jezelf ten opzichte van hoeveel je kan.

Ik ben zelf ook met dit proces bezig en merk dat de meeste angsten onterecht zijn en veel gedachten over verwachtingen puur in mezelf zitten. Zelf heb ik het meeste moeite met niet te veel van mezelf verwachten op alle fronten. Er zit echter wel een balans in, want als ik de verwachtingen loslaat word ik naar mijn mening te lui en ben ik niet uitgedaagd. Er bewust mee bezig zijn helpt me in ieder geval wel! Verder probeer ik zelf steeds vaker aan te geven bij mijn leidinggevende wanneer ik prioritering nodig heb of te veel stress ervaar. Dit is erg lastig om te doen, maar is wel veel minder eng dan ik dacht! Ik ben gaan geloven in de kracht van kwetsbaarheid in dit soort situaties.

Concluderend raakt werkdruk veel thema’s waarin het boeddhisme kan helpen of interessante inzichten biedt, bijvoorbeeld als het gaat over verwachtingen van jezelf en anderen, negatieve gedachten, perceptie en gejaagdheid. Boeddhisme kan rust brengen en deze gedachten kunnen erg helpen in je werk. Meditatie en mindfullness kunnen helpen om meer ruimte in je hoofd te maken. Het helpt ook bij je energie, concentratie, creativiteit en je aandacht.

Ik kan hier nog lang over schrijven, maar gezien de lengte van het bericht hou het hier voor nu bij! Wat ik in ieder geval zelf concreet doe en wat mij ook helpt:
– Geloven in mijn intentie dat ik mijn best doe (naar mogelijkheden van de dag) en dat dat genoeg is.
– Mezelf gunnen de spanning er soms af te halen, een rondje te lopen, koffie te drinken en rond te kijken.
– Voelen hoe mijn energie is en hoe ik erbij zit (even terug naar de ademhaling en het lichaam).
– Eerst nee zeggen, en vervolgens kijken of bijvoorbeeld nieuwe taken toch passen.
– Vragen om prioritering als ik denk dat ik te weinig tijd heb voor mijn werkzaamheden of te veel stress ervaar.
– Fouten zijn niet leuk, maar wel nodig om te leren. Ik probeer ze uiteraard te voorkomen, maar ben niet bang om ze te maken.
– Lach, en geef humor en jezelf zijn ook lekker de ruimte!

De Boeddhist

Een simpel leven

Onlangs heb ik een boek gelezen van Bruce Lee. Ik ontdekte bij toeval dat Bruce Lee, bekend van vechtsport en films, een boek heeft uitgebracht over zijn filosofie. Ik was erg benieuwd naar het boek en het heeft me positief verrast. Een review van het boek zelf is te vinden in mijn boekenkast. Het thema wat ik hier wil bespreken is ‘gewoon zijn’.

Een quote uit het boek ‘Artist of life’ van Bruce Lee: ‘A person is not living a conceptually or scientifically defined life; for the essential quality of living life lies simply in the living’ .

Het leven van een simpel leven, het ‘gewoon zijn’, is een terugkerende gedachte uit het boeddhisme of taoïsme. Dit wordt vaak als wijs gezien en het niet gehecht zijn aan spullen. Het is een gedachte die gaat over leven met aandacht, mindfull zijn, en geen waarde hechten aan verwachtingen van anderen. Het gaat over de vraag wat rijkdom is: is dit 60 uren per week werken om status te verwerven, veel te verdienen en een luxe leven te leiden? Of is dit juist het leven ondergaan op een onopvallende manier door gewoon te zijn? Er is een grote tegenstrijdigheid te observeren tussen de westerse en oosterse manier van denken.

In het boeddhisme wordt vaak degene die alles lijdzaam ondergaat gezien als een wijze, omdat deze ‘volkomen ziet’. Hij begrijpt het leven en is niet gehecht aan zijn ego of identiteit. In het westen gaat het vaker over uiterlijk vertoon, status, verwachtingen en hoe we ‘horen’ te leven. Dit kan zijn wat je zelf vindt en of wat je denkt dat anderen vinden.

Tegenwoordig is te merken aan de groei van spiritualiteit en interesse in boeddhisme dat de cultuur in Nederland is omgeslagen naar te veel geven om ‘oppervlakkige’ zaken zoals (sociale) status, geld, verwachtingen van anderen en aardig gevonden worden. Mensen weten soms niet meer waarom ze meegaan in de verwachtingen van maatschappij. Daarom is het misschien goed de maatschappij en alles wat daarbij hoort af en toe opzij te kunnen zetten en rust te pakken van al deze gedachten. Wanneer heb je genoeg? Wanneer ontwikkel je je snel genoeg? Wanneer ben je tevreden op je werk? Wanneer ben je tevreden over jezelf? Aan welke verwachtingen probeer je te voldoen?

Vandaag heb ik even geen mening. Vandaag denk ik even niet na over hoe ik zou moeten zijn en probeer ik gewoon te zijn. Jij?

‘Denk niet te veel na over wat anderen van je denken
Zij zijn namelijk bezig hetzelfde te bedenken’

De Boeddhist