taoisme2_600

Principes van het taoïsme: over spontaniteit en innerlijke kracht (Te)

In mijn vorige blog over het taoïsme heb ik geschreven over de onderwerpen polariteit en niet-forceren. Dit blog kun je hier vinden. In dit blog wil ik het hebben over discussies, het ‘meegaan met de dingen’, spontaniteit en het begrip Te (innerlijke kracht). Als je eerst nog wat meer informatie over het taoïsme wilt kun je hier een kijkje nemen!

Discussies en het middelpunt

Geïnspireerd door de vertaling van Roeland Schweitzer in ‘Tao Te Tjing – het boek over vrede en vreugde’ wil ik eerst ingaan op de volgende teksten over het middelpunt zijn en over discussies:

Roeland Schweitzer, gedeelte uit tekst 14:
‘Alles ligt misschien wel als een cirkel om je heen.
Ben jij het middelpunt van jouw cirkel?
Dan ben ik het centrum van mijn cirkelen.
Je moeder is het centrum van haar cirkel. En een boom?
Daarvan zie je dat die het centrum is van zijn eigen cirkel.
Alles en iedereen is het middelpunt van een eigen wereld.
Alles is het middelpunt.’

Roeland Schweitzer, gedeelte uit tekst 20:
‘Welles, nietes, wat een dom spel.
Wat jij mooi vindt, dat vindt iemand anders lelijk.
Wat jij leuk vindt, dat vindt iemand anders raar.
Zodra jij de baas bent, wil iemand anders het worden.
Wat je ook zegt, altijd roept er wel iemand iets anders.’

Dit zijn simpele wijsheden vanuit het Taoïsme die eeuwen later nog altijd even relevant zijn. In de huidige samenleving spelen er allerlei discussies over zwarte piet, transgenders, politiek, immigratie, klimaatverandering en ga zo maar door.

Filosofische vragen die het taoïsme over polariteiten, zoals in bovenstaande discussies, stelt zijn: Hoe groot is het verschil tussen mooi en lelijk? En hoe ver liggen ja en nee eigenlijk van elkaar af? We weten immers dat mooi en lelijk, en eens en oneens afhankelijk zijn van elkaar en daardoor één geheel zijn.

Iedereen zijn eigen middelpunt

Alan Watts zegt dat ‘vertrouwen in de menselijke natuur de aanvaarding behelst van het goede en het slechte daarvan’. De vraag is of we aanvaarden dat er verschillende meningen zijn. Hoe minder we dit aanvaarden, hoe minder we naar elkaar luisteren en hoe meer we vastklampen aan onze eigen mening als vaststaand gegeven. In mijn blog over mindful luisteren benoemde ik onder andere dat om een goede poging te doen om oprecht te luisteren de intentie nodig is om iemand echt te willen begrijpen.

Kunnen we deze intentie om te luisteren echter nog hebben op het moment dat we niet inzien of accepteren dat meningen kunnen verschillen? Het is denk ik mooi als we inzien dat iedereen zijn eigen middelpunt is en daardoor een eigen waarheid heeft. Vanuit die gedachte kunnen we open blijven staan voor hoe iemand anders ergens over nadenkt.

Gedachten over verwachtingen of meningen van anderen

Het besef dat iedereen enkel vanuit zijn eigen middelpunt kan kijken helpt mij persoonlijk vooral bij gedachten over verwachtingen of meningen van anderen. Als je perfectionistisch of onzeker van aard bent, dan kun je soms van alles gaan bedenken over wat mensen mogelijk van je vinden. Dit terwijl mensen daar lang niet altijd bezig mee zijn.

Mensen zijn bijvoorbeeld eerder met zichzelf bezig of mensen zijn ook bezig met wat anderen weer van hun vinden! Dan kun je dus uitkomen op de situatie dat iedereen voor elkaar aan het denken is en daar vervolgens onzeker van wordt. Dat is best bijzonder!

Het lijkt erop dat je je dan beter bezig kunt houden met hoe je zelf wilt zijn, dat je intentie goed is en erop vertrouwen dat dit goed genoeg is. En als iemand dan echt een keer wat vindt, dan hoor je het wel. Dat scheelt weer een hoop denk- en giswerk. Het grootste gedeelte van onzekere gedachten en vermoedens over wat anderen allemaal denken klopt helemaal niet en zijn eigenlijk gewoon slechte voorspellingen!

Conclusie is denk niet te veel na over wat anderen van je denken. Ze zijn namelijk bezig hetzelfde te bedenken!

Wat buigt blijft heel

Roeland Schweitzer schrijft in de Tao voor kinderen ‘Takken buigen in de storm, zo blijven ze heel’ en ‘Als je veel hebt, heb je al snel te veel’. Het is een deel van de vertaling van tekst 22 van de Tao. Hierin staat onder andere (vertaling Kristofer Schipper):

‘Wat buigt blijft heel.
Wat krom is wordt recht.
Wat hol is wordt vol.
Wat geschonden is wordt weer nieuw.
Wie weinig heeft zal ontvangen,
maar wie veel heeft raakt het spoor bijster.’

Het is eigenlijk een simpele gedachte. Op het moment dat je veel hebt is er veel te verliezen en weinig te winnen. Als echter weinig hebt, zul je wanneer je ontvangt direct veel ontvangen. Er is minder angst om te verliezen, maar ook kun je alles snel weer kwijt raken. Maar als je helemaal niets hebt, dan is er niets wensen en niets te verliezen.

Zuinig zijn op je energie

Bovenstaande redenering raakt het idee van Wu-Wei (niet-forceren) en daarnaast het waarde hechten aan spullen (materialisme). Het naar binnen keren (mediteren) en zuinig zijn op je energie ligt redelijk in lijn met wat we in Nederland kennen als ‘doe maar gewoon, dat is al gek genoeg’. Er wordt binnen het Taoïsme aangegeven dat mooipraterij en grote ambities overbodig zijn. In het boek van Roeland Schweitzer staat de volgende vertaling:

‘Als je de natuur volgt, word je een natuurkind.
Als je dapper probeert te zijn, word je dapperder.
Als je moppert, word je een mopperpot.’

Dit laat voor mij op een toegankelijke manier zien hoe bepalend je gedachten en daaropvolgende acties zijn. Als jij in je hoofd liefdevol en meedogend kunt zijn naar jezelf en anderen, zul je ervaren hoe fijn dit is. De Dalai Lama zegt dat liefde en mededogen eigenschappen zijn die we in onszelf zouden moeten koesteren en voeden. Het ontwikkelen van een vriendelijk hart is voor iedereen en de kracht ervan is verbluffend!

Meegaan met de dingen

Binnen het taoïsme is het meegaan met de dingen het beste wat je kan doen. Zo laat je gevoelens gaan waar ze willen. Doordat je meegaat, voorkom je dat je afgescheiden raakt. Afgescheiden raken kost energie, en dat is precies waar men vanuit de Tao zuinig op is.

Het volgende staat hierover in de Tao (vertaling Kristofer Schipper):
‘Doe door niets te doen.
Grijp in door op te geven.
Proef wat geen smaak heeft.
Zie het kleine als groot, wat weinig is als veel.
Beantwoord haat met innerlijke kracht.

Bereid je voor op het moeilijke zolang alles nog makkelijk is.
Doe iets groots terwijl alles nog klein is.
Want de moeilijkste dingen in de wereld komen uit wat eens eenvoudig was;
de grootste kwesties uit wat aanvankelijk klein was.’

Wat het taoïsme ook aangeeft is dat, net als in het gedachtegoed van het boeddhisme, er helemaal geen ‘ik’ is die mee kan gaan met de dingen. Ik en de dingen zijn immers hetzelfde proces, namelijk de stromende Tao.

Alan Watts zegt hierover ‘Men kan er niet iets aan doen. Evenmin kan men er iets niet aan doen. Er is enkel de stroom met zijn vele bewegingen, golven, belletjes, schuim, kolken, en dat ben je.’

Hij benoemt dat op het moment dat het begrip er is, en je beseft dat je de Tao bent, de kracht van te (deugd, kracht of kunnen) spontaan zal opkomen.

De Tao volgen

Bovenstaand idee levert bij velen vragen op en we willen natuurlijk weten of het voordeel oplevert de Tao te volgen of niet en of het werkt als filosofie. Het klinkt passief, terwijl dit het niet is. Wie het ervaart, zegt natuurlijk dat het werkt. Echter het is niet te ervaren als het actief geprobeerd wordt, vanwege de motivatie dat het een voordeel zou opleveren.

We zijn mogelijk al wat bekender met gedachten zoals ‘één zijn met het universum’ of ‘alles is één’ en ‘alles is een geheel’. Dit zijn andere bewoordingen voor het besef dat je de Tao bent. Een manier om een beeld te geven van wat het is, is de vergelijking tussen hoe een baby in het leven staat en een gemiddeld volwassen persoon.

Een baby kijkt met ogen open naar de wereld en ziet, hoort en ruikt van alles! De zintuigen staan wagenwijd open en er is nog geen achterliggend gedachteproces bij de ervaringen vanuit de zintuigen. Later ontwikkelen we gedachtepatronen, verwachtingen, gevoelens en emoties als gevolg van gedachten. Door het meegaan met de stroom ga je deze ontwikkeling als het ware weer terugdraaien. Je verwelkomt je gedachten, maar je laat ze ook voor wat het is (zonder oordeel).

Te-kracht en spontaniteit

Zo belanden we bij het begrip Te-kracht. Kristofer Schipper vertaalt dit als innerlijke kracht en zegt dat dit iets is wat het meest volledig is op het moment dat we net geboren zijn, als we alles nog spontaan doen zonder ons af te vragen waarom en hoe. Roeland Schweitzer gebruikt in de Tao voor kinderen als vertaling Vreugde en symboliseert het met het spontane spelen en genieten als kind.

Te is dus eigenlijk wat al aanwezig is in iedereen en is een soort eigenschap. Alan Watts omschrijft het mooi als ‘Het spontaan kunnen zijn door zintuigen, gevoelens en gedachten vrij te laten, in het vertrouwen dat ze een eigen harmonie zullen vinden.’

Het taoïsme is dus zeker niet passief, maar spontaan en met vertrouwen in de harmonie van de natuur! Ik ben zelf gefascineerd door het taoïsme en hoop wat van mijn enthousiasme over te hebben gebracht op jou! 🙂

De Boeddhist

– Geïnteresseerd in taoïsme? Voor boeken over taoïsme kun je hier klikken en voor informatie hier.

boek_taoisme_600

Review boek: Taoïsme van Patricia de Martelaere

Afgelopen zomervakantie heb ik het boek Taoïsme gelezen van Patricia de Martelaere. Er zijn niet bijster veel Nederlandse boeken over het taoïsme, dus ik vind het leuk weer meer te leren over het taoïsme vanuit het Nederlands voordat ik over ga op Engelse boeken. Dit boek is vooral gericht op het onderzoeken van het filosofische aspect van de teksten van Lao Zi en Zhuang Zi. Patricia de Martelaere (1957-2009) was zelf onder andere filosofe en ze geeft in de inleiding aan een min of meer neutrale inleiding te bieden tot de basisteksten en ideeën van het ‘filosofische’ taoïsme en daarnaast wil ze ook haar eigen accenten leggen. Ik ben benieuwd!

Chinese taal, geneeskunde en filosofie

Hoe begint het boek? Zoals de meeste boeken rondom het taoïsme begint het boek met een inleidende sectie over de Chinese taal. Waarom is dit eigenlijk het geval? De oorspronkelijke teksten van Lao Zi en Zhuang Zi zijn Chinees en vanwege het vertalen van de teksten, en de uitdagingen die daarbij horen, wordt vaak een korte uitleg over de Chinese taal gegeven. Dit is omdat de Chinese taal wezenlijk anders is dan de westerse taal zoals wij die kennen. De Chinese taal (het schrift) is abstracter en gebruikt symbolen, waardoor veel verschillende vertalingen mogelijk zijn en er derhalve veel interpretatie benodigd is om dit te vertalen.

Dit boek geeft daarnaast ook uitleg over de Chinese geneeskunde en filosofie, wat een mooie toevoeging en verbreding is ten opzichte van andere boeken over taoïsme. De schrijfster was zelf beoefenaar van Tai Chi, waarbij ze ervoer hoe gedachten, gevoelens en lichaamsbewegingen met elkaar verbonden zijn. Zij ziet een samenhang tussen innerlijke training en algemene geneeskunde van het lichaam, waarbij organen elk een energetische (qi) functie hebben zoals bijvoorbeeld de lever leidt tot woede, hart tot vreugde en de milt tot piekeren.

Ander denkkader

Het boek leest prettig en redelijk gemakkelijk. Enige concentratie is wel benodigd om goed te lezen en te begrijpen wat er staat. De schrijfster geeft vooraf de moeilijkheid aan van het uiteenzetten van een denkkader dat nogal verschilt van het onze. Ze stelt dat eigenlijk alles tegelijkertijd verteld zou moeten worden, omdat ieder onderdeel slechts zijn volle betekenis kan krijgen vanuit het geheel. Dit kan als waarschuwing worden opgevat voor het mogelijk niet ervaren van structuur in het boek. Persoonlijk heb ik hier geen last van gehad en vind ik het goed leesbaar wat betreft opbouw.

Goed om hierbij op te merken is dat ik inmiddels al wel meerdere boeken heb gelezen over het taoïsme en ik bekend ben met de besproken thema’s. Persoonlijk zou ik de vertaling van K. Schipper aanraden als eerste boek voor de geïnteresseerde in het Taoïsme, om dan te volgen met dit boek.

Inzichten van het taoïsme

Het boek is aandachtig geschreven, waarbij de tijd wordt genomen de verhalen goed weer te geven. Vanuit de verhalen van Lao Zi en Zhuang Zi wordt over de inzichten van het taoïsme verteld. Het gaat over thema’s zoals de Tao, yin en yang, ik-loosheid, vasten van het hart en energie. Een voorbeeldcitaat uit het boek over afhankelijkheid en perspectief is als volgt:

’Zowel in de ruimte als in de tijd blijkt immers dat maatstaven variabel zijn, en dat alles wat ‘groot’ kan worden genoemd toch weer kleiner wordt vanuit een ruimer perspectief. Is er een einde aan deze verruimbaarheid van ieder perspectief’’.

Er wordt in het taoïstische denken gespeeld met perspectief, paradoxen, het gebruik van woorden, en de afhankelijkheid van ‘dingen’. Komt er een einde aan het afwegen van dingen met ‘objectieve’ maatstaven? En is er iets voor te stellen dat echt onafhankelijk is en volledig op zichzelf staat?

Spontaniteit

Ik vind het een heel interessant boek vol met informatie en daardoor is er veel om op in te gaan. Ik zal hier kort ingaan op een gedeelte van het boek over spontaniteit om een beeld proberen te geven van de inhoud van het boek. De Chinese term, zi ran, wordt vertaald als de ‘natuur’ of het ‘vanzelf zo zijn’ van de dingen. Wat hiermee volgens de schrijfster bedoeld wordt is niet zozeer het zonder oorzaak zijn, maar het zonder (bewuste) bedoeling zijn en in die zin het ‘spontaan’ verlopen. Het onbegrensde en chaotische is waar geen onderscheidingen meer gelden.

Paradoxaal denken

Het taoïsme lijkt te proberen om met woorden uit te leggen wat niet uit te leggen is met woorden. Dit levert een oefening in paradoxaal denken op. Dit denken is enigszins verwarrend, aangezien in het westerse denken objectieve criteria een belangrijke rol spelen. Eigenlijk maakt het niet uit of iets ‘groot’ of ‘goed’ of ‘nuttig’ wordt genoemd, aangezien volgens de Martelaere er geen enkele kwalificatie kan bestaan zonder referentiekader waarin ook het tegendeel onontbeerlijk is.

De ‘Allerhoogste mens’ wordt omschreven als zonder ‘ik’ of identiteit. Hij heeft geen naam en kan dus ook niet worden benoemd. Hij is niet groot, niet klein, niet wijs en niet dom. De Martelaere schrijft:

’Er is niets waar hij zich actief of doelbewust voor inzet en dus kan hij ook in niets mislukken. Er is niet echt nog iets wat hij wil, buiten datgene wat hij is.’’

Innerlijke training

Uiteindelijk is het taoïsme volgens de Martelaere weer terug te voeren naar innerlijke training. De schrijfster sluit af met de volgende taoïstische ‘training’:

’stilzitten, het beoefenen van niet-doen, het vergeten van het lichaam, leegmaken van het hart, afsluiten van de zintuigen, ademen vanuit de hielen en vasthouden aan het centrum – dit alles zo uitgevoerd dat het doel van deze activiteiten geen ander mag zijn dan deze activiteiten zelf.’’

Ze concludeert (met nuances) dat de taoïstische meditatie gaat om het inzicht (lichamelijk besef) waartoe stilzitten kan leiden, namelijk het principe van onveranderlijkheid in verandering, eenheid in veelheid en handeling zonder doelgerichtheid.

Bovenstaand is slechts een korte weergave van zo’n acht bladzijden van het boek, oftewel er is veel te ontdekken in het boek! Raak je geïnteresseerd van bovenstaande tekst of thema’s? Dan is dit boek over het taoïsme zeker een aanrader! Ik vind het waardevol en interessant om te leren over andere denkwijzen zoals het taoïsme, zonder de westerse houvast van waarheden die we gewend zijn. Het boek is goed geschreven, heeft een heldere boodschap en is tijdloos.

Ik eindig graag met het volgende citaat van Zhuang Zi over de onveranderlijkheid in verandering:

’De levenskracht is een onafgebroken galop die zich voorthaast, zich ombuigt bij iedere beweging en van minuut tot minuut verandert. Je vraagt wat je moet doen en laten? Ga gewoon mee met dit proces van verandering’’.

De Boeddhist

– Geïnteresseerd in Taoïsme? Voor informatie over boeken over Taoïsme kun je hier klikken. –
– Geïnteresseerd in het boek? Als je het boek wilt bekijken of bestellen klik dan hier. –

taoisme_600

Taoïsme: het niet zoeken naar geluk

Het Taoïsme vind ik een boeiende filosofische stroming en daarom wil ik er graag af en toe wat over schrijven. Het Taoïsme is spontaan en simpel en gaat veel over meegaan met de stroom en de metafoor van water. Vandaag schrijf ik over polariteit en niet-forceren.

Polariteit

Het principe van polariteit ligt in het hart van het Chinese denken en voelen en zit in Nederland minder in de cultuur. Polariteit is niet hetzelfde als oppositie of conflict. Licht is immers niet in strijd met duisternis, leven is niet in strijd met de dood en positief (yang) is niet in strijd met negatief (yin).
Vanuit polariteit bekeken zal fanatiek zoeken en verlangen naar geluk je frustreren. Strijden tegen de ‘negatieve’ kant van bovenstaande dualiteiten is vanuit polariteit bezien onvoorstelbaar. Het wegnemen van één van de twee polen zou namelijk betekenen dat het systeem niet meer bestaat. Als er alleen maar geluk is en geen ongeluk, dan bestaat geluk niet. Waar zal geluk immers tegenover afgezet moeten worden om uit te kunnen leggen wat het is?

Alan Watts noemt dat ‘het principe van yin en yang niet begrepen moet worden als wat we gewoonlijk een vorm van tegenstelling noemen, maar als een expliciete dualiteit die een impliciete eenheid uitdrukt.’ Hij benoemt het volgende: ‘Taoïsten zien het universum als hetzelfde of als onlosmakelijk verbonden met zichzelf. ‘ Daaruit volgt dat de kunst van het leven is om yin en yang te balanceren, aangezien het één niet zonder het ander kan.

Afhankelijk bestaan

In de relatie van yang en yin is gelijktijdige verschijning of onafscheidelijkheid belangrijk. Dit komt overeen met het idee van afhankelijk bestaan.

Lao Zi omschrijft het als volgt in het boek van de Tao (vertaling van Kristofer Schipper):

‘Ieder begrip van wat mooi is in de wereld houdt verband met wat lelijk is.
Elk besef van wat goed is komt neer op de kennis van het kwaad, en niets anders.

Iets en niets brengen elkaar voort.
Moeilijk en makkelijk completeren elkaar.
Lang en kort bestaan in verhouding tot elkaar.
Hoog en laag vullen elkaar aan.
Tonen en klanken harmoniseren met elkaar.
Voor en na volgen op elkaar,
in alle eeuwigheid!

Daarom houdt de Wijze zich in zijn daden bij het nietsdoen.
Zonder woorden verspreidt hij zijn leer.
Alle dingen verschijnen, maar zonder zijn initiatief.
Zij handelen, maar zonder zijn steun.
Wanneer alles is volbracht, dan zal hij niet blijven.
Ja! Juist door niet te blijven
gaat hij niet verloren.

Onderscheid maken

Het is in de Westerse samenleving gangbaar om onderscheid te maken tussen goed en slecht, voor en tegen, etc. We zijn gewend om te analyseren en verschil te benoemen tussen wat we zien of vinden. Hierdoor kunnen we soms echter wel vergeten om de tegenhanger mee te nemen in de analyse en dan kan de eenheid verloren raken.

In discussies bijvoorbeeld zou dan ook slechts maar één kant gelijk kunnen hebben en heeft de ander per definitie geen gelijk. Toch hoeft dit helemaal niet zo te zijn en dat weten we stiekem ook wel. Er is uiteraard wel verschil te benoemen tussen het een en de ander, echter hoeft dit niet als een vast gegeven beschouwd te worden. Zo kan een discussie transformeren wanneer beide kanten naar elkaar luisteren en juist daardoor kunnen nieuwe inzichten ontstaan. Dit luisteren krijgt geen kans als je jouw gelijk als vast gegeven beschouwd en daardoor het feit dat de ander geen gelijk heeft ook. Dus denk bij je volgende discussie eens aan polariteit en luister goed naar wat de ander zegt! 😉

Niet-forceren (Wu-Wei)

Dit brengt me bij het interessante begrip Wu-Wei. Dit is het principe van niet-handelen. Niet-handelen staat niet gelijk aan onbeweeglijkheid, luiheid of passiviteit. Het betekent eerder niet forceren of geen kunstmatigheid of bemoeienis. Het is meegaan met de stroom en leven op een manier die nauwelijks kracht vereist door inzicht te hebben in de principes, structuren en wetmatigheden van mens en natuur.

Ik denk dat ik dit vooral interessant vind omdat ik veel kunstmatigheid en ‘forceren’ om me heen zie, en natuurlijk dit ook bij mezelf ervaar. Bijvoorbeeld wanneer we op het werk zijn lijken veel mensen een rol te spelen die ver af staat van wie ze eigenlijk zijn of willen zijn. Als iemand echter te veel forceert en te ver af staat van zijn of haar innerlijke zelfbeeld, dan werkt dit niet op lange termijn en leidt dit tot stress of mogelijk zelfs burn-outs. Sommige mensen houden het hierbij langer vol dan anderen en de vraag is wat fijner is.  Misschien is het fijner als je dit minder lang vol kan houden aangezien dit je dwingt om eerder iets in je leven aan te passen.

Hoe dan ook lijkt forceren niet te werken. Het kunnen herkennen en accepteren wanneer iets niet werkt is eerlijk zijn naar jezelf en mogelijk een grote opluchting! Ik denk dat dit is omdat je het forceren loslaat, oftewel de ‘spanning’ gaat eraf.

Een ander voorbeeld van forceren is de gang van zaken binnen een gezin. Er kan geforceerd worden dat het gezin ‘gezellig en perfect’ moet zijn, op zijn minst voor de buitenwereld. Dat zoiets niet te forceren is, is duidelijk. Ook dit levert spanningen op en forceren lijkt ook in dit geval niet het antwoord.

Bewustzijn van forceren

Is niet-forceren dan het antwoord? Dat weet ik niet. Forceren of proberen iets te laten werken kan namelijk wel vanuit een goede intentie plaatsvinden. Ik denk dat minder forceren op zichzelf al een mooi streven is. Soms forceren we zonder dat we er bewust van zijn. Dit kan simpelweg een gepland familiebezoek zijn waar niemand behoefte aan heeft op dat moment. Waarom gebeurt dit als iedereen vervolgens met tegenzin aanwezig is? Meegaan met de stroom lijkt dan beter. Mogelijk is een spontaan bezoek dan een veel natuurlijke manier van leven en werkt het dan opeens wel. De toetsing zit dan in de vraag of je het bezoek echt wilt of dat je over een grens van jezelf heen gaat om te voldoen aan bepaalde verwachtingen.

Wat kunnen we dan halen uit de boodschap van het Taoïsme? Voor mij is dit vooral de herinnering om eerlijk te zijn naar jezelf en proberen bewust te zijn van of je iets forceert of niet.

De Boeddhist

Geïnteresseerd in Taoïsme? Voor informatie over boeken over Taoïsme kun je hier klikken.

simpelleven_600

Een simpel leven

Onlangs heb ik een boek gelezen van Bruce Lee. Ik ontdekte bij toeval dat Bruce Lee, bekend van vechtsport en films, een boek heeft uitgebracht over zijn filosofie. Ik was erg benieuwd naar het boek en het heeft me positief verrast. Een review van het boek zelf is te vinden in mijn boekenkast. Het thema wat ik hier wil bespreken is ‘gewoon zijn’.

Een quote uit het boek ‘Artist of life’ van Bruce Lee: ‘A person is not living a conceptually or scientifically defined life; for the essential quality of living life lies simply in the living’ .

Gewoon ‘zijn’

Het leven van een simpel leven, het ‘gewoon zijn’, is een terugkerende gedachte uit het boeddhisme of taoïsme. Dit wordt vaak als wijs gezien en het niet gehecht zijn aan spullen. Het is een gedachte die gaat over leven met aandacht, mindful zijn, en geen waarde hechten aan verwachtingen van anderen. Het gaat over de vraag wat rijkdom is: is dit 60 uren per week werken om status te verwerven, veel te verdienen en een luxe leven te leiden? Of is dit juist het leven ondergaan op een onopvallende manier door gewoon te zijn? Er is een grote tegenstrijdigheid te observeren tussen de westerse en oosterse manier van denken.

Het leven begrijpen

In het boeddhisme wordt vaak degene die alles lijdzaam ondergaat gezien als een wijze, omdat deze ‘volkomen ziet’. Hij begrijpt het leven en is niet gehecht aan zijn ego of identiteit. In het westen gaat het vaker over uiterlijk vertoon, status, verwachtingen en hoe we ‘horen’ te leven. Dit kan zijn wat je zelf vindt en of wat je denkt dat anderen vinden.

Meegaan in verwachtingen

Tegenwoordig is te merken aan de groei van spiritualiteit en interesse in boeddhisme dat de cultuur in Nederland is omgeslagen naar te veel geven om ‘oppervlakkige’ zaken zoals (sociale) status, geld, verwachtingen van anderen en aardig gevonden worden. Mensen weten soms niet meer waarom ze meegaan in de verwachtingen van maatschappij. Daarom is het misschien goed de maatschappij en alles wat daarbij hoort af en toe opzij te kunnen zetten en rust te pakken van al deze gedachten. Wanneer heb je genoeg? Wanneer ontwikkel je je snel genoeg? En wanneer ben je tevreden op je werk? Wanneer ben je tevreden over jezelf? Aan welke verwachtingen probeer je te voldoen?

Vandaag heb ik even geen mening. Vandaag denk ik even niet na over hoe ik zou moeten zijn en probeer ik gewoon te zijn. Jij?

‘Denk niet te veel na over wat anderen van je denken
Zij zijn namelijk bezig hetzelfde te bedenken’

De Boeddhist