Taoïsme: het niet zoeken naar geluk

Taoïsme: het niet zoeken naar geluk

Het Taoïsme vind ik een boeiende filosofische stroming en daarom wil ik er graag af en toe wat over schrijven. Het Taoïsme is spontaan en simpel en gaat veel over meegaan met de stroom en de metafoor van water. Vandaag schrijf ik over polariteit en niet-forceren.

Polariteit
Het principe van polariteit ligt in het hart van het Chinese denken en voelen en zit in Nederland minder in de cultuur. Polariteit is niet hetzelfde als oppositie of conflict. Licht is immers niet in strijd met duisternis, leven is niet in strijd met de dood en positief (yang) is niet in strijd met negatief (yin).
Vanuit polariteit bekeken zal fanatiek zoeken en verlangen naar geluk je frustreren. Strijden tegen de ‘negatieve’ kant van bovenstaande dualiteiten is vanuit polariteit bezien onvoorstelbaar. Het wegnemen van één van de twee polen zou namelijk betekenen dat het systeem niet meer bestaat. Als er alleen maar geluk is en geen ongeluk, dan bestaat geluk niet. Waar zal geluk immers tegenover afgezet moeten worden om uit te kunnen leggen wat het is?

Alan Watts noemt dat ‘het principe van yin en yang niet begrepen moet worden als wat we gewoonlijk een vorm van tegenstelling noemen, maar als een expliciete dualiteit die een impliciete eenheid uitdrukt.’ Hij benoemt het volgende: ‘Taoïsten zien het universum als hetzelfde of als onlosmakelijk verbonden met zichzelf. ‘ Daaruit volgt dat de kunst van het leven is om yin en yang te balanceren, aangezien het één niet zonder het ander kan.

In de relatie van yang en yin is gelijktijdige verschijning of onafscheidelijkheid belangrijk. Dit komt overeen met het idee van afhankelijk bestaan.

Lao Zi omschrijft het als volgt in het boek van de Tao (vertaling van Kristofer Schipper):

‘Ieder begrip van wat mooi is in de wereld houdt verband met wat lelijk is.
Elk besef van wat goed is komt neer op de kennis van het kwaad, en niets anders.

Iets en niets brengen elkaar voort.
Moeilijk en makkelijk completeren elkaar.
Lang en kort bestaan in verhouding tot elkaar.
Hoog en laag vullen elkaar aan.
Tonen en klanken harmoniseren met elkaar.
Voor en na volgen op elkaar,
in alle eeuwigheid!

Daarom houdt de Wijze zich in zijn daden bij het nietsdoen.
Zonder woorden verspreidt hij zijn leer.
Alle dingen verschijnen, maar zonder zijn initiatief.
Zij handelen, maar zonder zijn steun.
Wanneer alles is volbracht, dan zal hij niet blijven.
Ja! Juist door niet te blijven
gaat hij niet verloren.

Niet-forceren (Wu-Wei)
Dit brengt me bij het interessante begrip Wu-Wei. Dit is het principe van niet-handelen. Niet-handelen staat niet gelijk aan onbeweeglijkheid, luiheid of passiviteit. Het betekent eerder niet forceren of geen kunstmatigheid of bemoeienis. Het is meegaan met de stroom en leven op een manier die nauwelijks kracht vereist door inzicht te hebben in de principes, structuren en wetmatigheden van mens en natuur.

Ik denk dat ik dit vooral interessant vind omdat ik veel kunstmatigheid en ‘forceren’ om me heen zie, en natuurlijk dit ook bij mezelf ervaar. Bijvoorbeeld wanneer we op het werk zijn lijken veel mensen een rol te spelen die ver af staat van wie ze eigenlijk zijn of willen zijn. Als iemand echter te veel forceert en te ver af staat van zijn of haar innerlijke zelfbeeld, dan werkt dit niet op lange termijn en leidt dit tot stress of mogelijk zelfs burn-outs. Sommige mensen houden het hierbij langer vol dan anderen en de vraag is wat fijner is.  Misschien is het fijner als je dit minder lang vol kan houden aangezien dit je dwingt om eerder iets in je leven aan te passen.

Hoe dan ook lijkt forceren niet te werken. Het kunnen herkennen en accepteren wanneer iets niet werkt is eerlijk zijn naar jezelf en mogelijk een grote opluchting! Ik denk dat dit is omdat je het forceren loslaat, oftewel de ‘spanning’ gaat eraf.

Een ander voorbeeld van forceren is de gang van zaken binnen een gezin. Er kan geforceerd worden dat het gezin ‘gezellig en perfect’ moet zijn, op zijn minst voor de buitenwereld. Dat zoiets niet te forceren is, is duidelijk. Ook dit levert spanningen op en forceren lijkt ook in dit geval niet het antwoord.

Is niet-forceren dan het antwoord? Dat weet ik niet. Forceren of proberen iets te laten werken kan namelijk wel vanuit een goede intentie plaatsvinden. Ik denk dat minder forceren op zichzelf al een mooi streven is. Soms forceren we zonder dat we er bewust van zijn. Dit kan simpelweg een gepland familiebezoek zijn waar niemand behoefte aan heeft op dat moment. Waarom gebeurt dit als iedereen vervolgens met tegenzin aanwezig is? Meegaan met de stroom lijkt dan beter. Mogelijk is een spontaan bezoek dan een veel natuurlijke manier van leven en werkt het dan opeens wel. De toetsing zit dan in de vraag of je het bezoek echt wilt of dat je over een grens van jezelf heen gaat om te voldoen aan bepaalde verwachtingen.

Wat kunnen we dan halen uit de boodschap van het Taoïsme? Voor mij is dit vooral de herinnering om eerlijk te zijn naar jezelf en proberen bewust te zijn van of je iets forceert of niet.

De Boeddhist

Geïnteresseerd in Taoïsme? Voor informatie over boeken over Taoïsme kun je hier klikken.

Een simpel leven

Onlangs heb ik een boek gelezen van Bruce Lee. Ik ontdekte bij toeval dat Bruce Lee, bekend van vechtsport en films, een boek heeft uitgebracht over zijn filosofie. Ik was erg benieuwd naar het boek en het heeft me positief verrast. Een review van het boek zelf is te vinden in mijn boekenkast. Het thema wat ik hier wil bespreken is ‘gewoon zijn’.

Een quote uit het boek ‘Artist of life’ van Bruce Lee: ‘A person is not living a conceptually or scientifically defined life; for the essential quality of living life lies simply in the living’ .

Het leven van een simpel leven, het ‘gewoon zijn’, is een terugkerende gedachte uit het boeddhisme of taoïsme. Dit wordt vaak als wijs gezien en het niet gehecht zijn aan spullen. Het is een gedachte die gaat over leven met aandacht, mindfull zijn, en geen waarde hechten aan verwachtingen van anderen. Het gaat over de vraag wat rijkdom is: is dit 60 uren per week werken om status te verwerven, veel te verdienen en een luxe leven te leiden? Of is dit juist het leven ondergaan op een onopvallende manier door gewoon te zijn? Er is een grote tegenstrijdigheid te observeren tussen de westerse en oosterse manier van denken.

In het boeddhisme wordt vaak degene die alles lijdzaam ondergaat gezien als een wijze, omdat deze ‘volkomen ziet’. Hij begrijpt het leven en is niet gehecht aan zijn ego of identiteit. In het westen gaat het vaker over uiterlijk vertoon, status, verwachtingen en hoe we ‘horen’ te leven. Dit kan zijn wat je zelf vindt en of wat je denkt dat anderen vinden.

Tegenwoordig is te merken aan de groei van spiritualiteit en interesse in boeddhisme dat de cultuur in Nederland is omgeslagen naar te veel geven om ‘oppervlakkige’ zaken zoals (sociale) status, geld, verwachtingen van anderen en aardig gevonden worden. Mensen weten soms niet meer waarom ze meegaan in de verwachtingen van maatschappij. Daarom is het misschien goed de maatschappij en alles wat daarbij hoort af en toe opzij te kunnen zetten en rust te pakken van al deze gedachten. Wanneer heb je genoeg? Wanneer ontwikkel je je snel genoeg? Wanneer ben je tevreden op je werk? Wanneer ben je tevreden over jezelf? Aan welke verwachtingen probeer je te voldoen?

Vandaag heb ik even geen mening. Vandaag denk ik even niet na over hoe ik zou moeten zijn en probeer ik gewoon te zijn. Jij?

‘Denk niet te veel na over wat anderen van je denken
Zij zijn namelijk bezig hetzelfde te bedenken’

De Boeddhist