Wat is Taoïsme?

Het taoïsme is een Chinese filosofische/religieuze stroming gebaseerd op ‘het boek van de Tao en de innerlijke kracht’ van wijsgeer Lao Zi (ca. 600-500 v.Chr.). Dit boek wordt in China ‘de Laozi’ genoemd. Het boek vertelt dat de wereld anders in elkaar zit dan volgens de grote godsdiensten en filosofieën uit diezelfde tijd. Naast het werk van Lao Zi worden ook de geschriften van Zhuang Zi tot basisteksten van het taoïsme gerekend.

Het gedachtegoed van het taoïsme is op de natuur gebaseerd en staat sterk tegenover het confucianisme (belangrijke andere stroming uit die tijd). De wereld is het resultaat van een spontane en voor altijd doorgaande evolutie van kosmische energie en materie, genaamd qi. Bij de beoefening van taijiquan (Tai Chi) kan op basis van innerlijke fysieke gewaarwordingen de verbinding tussen gedachten en gevoelens met elementaire lichaamsbewegingen gevoeld worden en kan het ‘spontane’ ervaren worden (dit hoeft echter niet het geval te zijn).

Hieronder heb ik aantal begrippen en thema’s van het taoïsme uitgewerkt om aan de hand daarvan een beeld te geven van het taoïsme.

Tao
Het eerste dat in de Laozi wordt verteld is dat ‘de eeuwige Tao’ niet in woorden is uit te drukken. Het kan dus niet gedefinieerd worden. Het taoïsme lijkt te proberen om met woorden uit te leggen wat niet uit te leggen is met woorden en resulteert daarmee in een oefening in paradoxaal denken. Het is onontkoombaar om begrippen verder uit te leggen. Oorspronkelijk betekent Tao ‘weg’, maar ook bijvoorbeeld ‘methode’ of ‘iets uitleggen’ kan worden gebruikt als uitleg. De Tao is ‘het spontane’. Aan de ene kant is de Tao de moeder van alles en aan de andere kant is het het ‘niets’. Ieder wezen is één met de Tao. Dit lijkt aan te sluiten bij het idee van ‘alles is één’. Alles houdt verband met elkaar in een voortdurende stroming van kosmische energieën. Hierin is de onveranderlijkheid in verandering belangrijk. Het taoïsme zegt ‘gewoon’ mee te gaan in het voortdurende proces van verandering.

Polariteit en yin-yang
Het principe van polariteit ligt in het hart van het Chinese denken en voelen. Polariteit is niet gelijk aan oppositie of conflict. Zo is licht niet in strijd met duisternis, is leven niet in strijd met de dood en is positief (yang) niet in strijd met negatief (yin). Vanuit de gedachte van polariteit levert bijvoorbeeld het verlangen naar geluk frustratie op. Er wordt dan een strijd aangegaan tegen de ‘negatieve’ kant van de dualiteit geluk en ongeluk. Het proberen weg te nemen van ongeluk kan niet, aangezien geluk dan ook niet meer bestaat. Waar zal geluk in dat geval immers tegenover afgezet moeten worden? Het is één. Is er iets voor te stellen dat echt onafhankelijk is en volledig op zichzelf staat? Vanwege deze afhankelijkheid is in het taoïsme balans en eenheid belangrijk.

Yin en yang dienen niet begrepen te worden als een vorm van tegenstelling maar als een expliciete dualiteit die impliciete eenheid uitdrukt (Alan Watts). Yin en yang zijn derhalve relatieve begrippen. Hieruit volgt dat de kunst is om yin en yang te balanceren, aangezien het één niet zonder het ander kan. Taoïsten zien het universum als onlosmakelijk verbonden met zichzelf. In het boek van de Tao staat het volgende (vertaling van Kristofer Schipper):

‘’Ieder begrip van wat mooi is in de wereld houdt verband met wat lelijk is.
Elk besef van wat goed is komt neer op de kennis van het kwaad, en niets anders.

Iets en niets brengen elkaar voort.
Moeilijk en makkelijk completeren elkaar.
Lang en kort bestaan in verhouding tot elkaar.
Hoog en laag vullen elkaar aan.
Tonen en klanken harmoniseren met elkaar.
Voor en na volgen op elkaar,
in alle eeuwigheid!

Daarom houdt de Wijze zich in zijn daden bij het nietsdoen.
Zonder woorden verspreidt hij zijn leer.
Alle dingen verschijnen, maar zonder zijn initiatief.
Zij handelen, maar zonder zijn steun.
Wanneer alles is volbracht, dan zal hij niet blijven.
Ja! Juist door niet te blijven
gaat hij niet verloren.’’

Alles wat ‘groot’ genoemd kan worden is toch weer kleiner vanuit een ruimer perspectief. Is er een einde aan deze verruimbaarheid van ieder perspectief?

Innerlijke kracht (de), niet-forceren (wu-wei) en zichzelf zijn (zi-ran)
Een ander belangrijk begrip is ‘de’, wat ‘de innerlijke kracht’ betekent. De meest voorkomende vertalingen zijn ‘deugd’ en ‘kracht’. Dit komt van binnenuit en kan gezien worden als de werking van de Tao in onszelf. Het is wat volgens de Tao het meest aanwezig is als we net geboren zijn, wanneer we nog alles spontaan doen en ons niet afvragen hoe, wat en waarom we dingen doen.

Om deze innerlijke kracht spontaan te kunnen laten stromen is er het idee van ‘niets doen’, ook wel wu-wei genoemd. Daarnaast is er nog het begrip zi-ran wat ‘zichzelf zijn’ betekent. Deze twee begrippen raken de kern van het taoïsme. De tegenstrijdigheid in het boek is dat het ‘niets doen’ nodig is om één te kunnen zijn met de Tao en innerlijke kracht te kunnen verwezenlijken. Het idee van wu-wei is afstand nemen, rust vinden, jezelf terugvinden en daarna ophouden met over van alles en nog wat na te denken. Het is meegaan met de stroom en leven op een manier die nauwelijks kracht vereist (of energie/qi verspilt) door inzicht te hebben in de principes, structuren en wetmatigheden van mens en natuur. Er lijkt hier dus een behoorlijk raakvlak te zijn met bijvoorbeeld mediteren, mindfulness en zenboeddhisme.

Samengevat
Er zit veel tegenstrijdigheid in het boek van de Tao, waar desondanks waarheid in lijkt te zitten. Het taoïsme is een oefening in paradoxaal denken en verschilt wezenlijk van het westerse denken. Thema’s die terugkomen in het taoïsme zijn hoe maatstaven variabel zijn door perspectief, polariteit, onveranderlijkheid in verandering en afhankelijkheid van dingen.

Het taoïsme lijkt uiteindelijk te gaan om, met liefde voor het leven en de natuur, naar binnen te kijken en je innerlijke kracht te vinden. De innerlijke training in het taoïsme draait om stilzitten, het beoefenen van niet-doen, het vergeten van het lichaam, afsluiten van de zintuigen en het leegmaken van het hart. Deze innerlijke training is vervolgens zo uit te voeren dat het doel van activiteit enkel het doen van de activiteit zelf is. Dit is handeling zonder doelgerichtheid. Oftewel ‘gewoon’ meegaan in het proces van verandering.

Meer informatie over het taoïsme is te vinden in de reviews van boeken over het taoïsme.