assorted-spices-near-white-ceramic-bowls

Wat leren we over gezondheid vanuit de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst?

Ik ben benieuwd geraakt naar hoe het boeddhisme zich verhoudt tot gezondheid en ziekte en wat we hiervan kunnen leren. Ik weet hier nog niet zo veel vanaf, dus wat mij een betreft is het een mooi moment om mij hier een beetje in te verdiepen! En daar neem ik jullie uiteraard graag in mee.

Ik verdiep mij hierin vanuit een boek over de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst en laat me vervolgens leiden door wat ik tegenkom. Als je eerst meer informatie over boeddhisme wilt, kun je dat hier vinden.

Wat is de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst in het kort?

Kort gezegd is de Tibetaanse boeddhistische geneeskunst een systeem dat bijdraagt aan de instandhouding van een gezonde geest en een gezond lichaam. Gezondheid wordt in dit systeem gezien als een kwestie van evenwicht. Hierbij kunnen allerlei omstandigheden zoals leef- en eetgewoonten, het seizoen en geestesgesteldheden dit natuurlijke evenwicht verstoren en zo leiden tot verschillende kwalen.

Een belangrijk uitgangspunt van de boeddhistische geneeskunst is het erkennen dat de fysieke wereld voornamelijk het gevolg is van onze persoonlijke waarneming en dat het de geest is die het lichaam naar ziekte of gezondheid beweegt. De Tibetaanse geneeskunst beroept zich dus op een andere visie over menselijke mogelijkheden dan we gewend zijn, namelijk vanuit de subtiele energieën binnen ons lichaam en onze geest.

Waar is de Tibetaanse geneeskunst op gebaseerd?

De basis van de Tibetaanse geneeskunst zijn de Vier Medische Tantra’s genaamd Ghyu Shi. Ongeveer 2500 jaar geleden was de Boeddha Sakyamuni verwikkeld in allerlei gedachten aan ouderdom, ziekte en de dood. Vanuit die gedachten zag hij hoe het lijden, gekoppeld aan het menselijk bestaan, kon worden verzacht.

De belangrijkste oorzaak van het lijden was volgens hem een gevoel van identiteit dat bepaald wordt door het fysieke lichaam en zelfbeperkende gedachten en emoties. Hij zag hoe dit getransformeerd kon worden tot stralende gelijkmoedigheid. Onze onjuiste opvattingen van de werkelijkheid worden in het boeddhisme als kern gezien van alle kwalen en ongenoegen.

De Boeddha zegt ‘Ons lichaam is kostbaar. Het is een voertuig tot bewustwording.’ Door vast te houden aan het lichaam zien we het nooit zoals het is. Juist door de gehechtheid aan het lichaam zien we haar ware universele aard niet.

Drie lichaamsenergieën: wind, gal en slijm

De Tibetaanse geneeskunst gebruikt een indeling van lichaamsenergieën (of lichaamsvochten), namelijk wind, gal en slijm. Deze indeling is gebaseerd op de vijf elementen aarde, vuur, water, lucht en ruimte en komt oorspronkelijk uit India. Als deze innerlijke elementen verstoord raken door bijvoorbeeld voedingsfactoren of druk van de leefomgeving dan kan dit leiden tot ziekte en zelfs dood.

Wat zegt die verdeling tussen wind, gal en slijm dan precies? Ik zal proberen hier een beeld van te geven. De volgende beschrijvingen staan in het boek ‘De Tibetaanse kunst van het genezen’ van Ian A. Baker:
– Iemand waarbij lichaamsenergie wind overheerst wordt gesymboliseerd door een vogel met eigenschappen als beweging, rusteloosheid en begeerte. Vaak is zo iemand slank, gevoelig voor kou en gevoelig voor slapeloosheid, astma, spanning en angst.
– Iemand waarbij gal overheerst is ambitieus en intelligent, maar eerder boos en ongeduldig. Zo iemand is gevoelig voor hoofdpijnen, zweten, stofwisselingsproblemen en klachten rond de holtes.
– Iemand met voornamelijk lichaamsenergie slijm is vaak geduldig en evenwichtig, maar ook lui en mogelijk te zwaar. Deze persoon is gevoelig voor problemen met holtes, spijsvertering, luchtwegen en nieren.

Bovenstaand is slechts een korte weergave van de verdeling in lichaamsenergieën en daarbij horende ideeën. Het evenwicht tussen de lichaamsenergieën wisselt in de loop van het leven en is dus niet een vaststaand gegeven. Zo zou bijvoorbeeld slijm overheersen in de kindertijd en wind tijdens ouderdom.

Als ik als leek bovenstaande energieën bij wijze van een gedachte-experiment op mezelf zou toepassen zie ik voornamelijk de lichaamsenergie slijm terugkomen. Ik zou volgens de Tibetaanse geneeskunde in het geval van onbalans en overheersend ‘slijm’ er goed aan doen om Spaanse peper, gemengd met boter en honing, te gebruiken. Misschien vaker pittig eten dus! 😉

Ik ben echter vooral geïnteresseerd in de ideeën achter dit systeem en kijk daarom nu verder naar de balans in lichaamsenergieën.

Balans in lichaamsenergieën

Volgens het boeddhisme beïnvloedt de energie van onwetendheid, gehechtheid en kwade wil de lichaamscellen en zorgt dit voor onbalans. Begeerte veroorzaakt onbalans in wind, boosheid/vijandigheid zorgt voor onbalans in gal en onverschilligheid/luiheid zorgt voor onbalans in slijm. Deze onbalans kan vervolgens zorgen voor eerder genoemde problemen.

Wat kun je doen om de balans te houden? Je leefwijze en gedrag bekijken en daarnaast letten op je voeding lijkt het voornaamste. Je kunt proberen vast te stellen welke gewoonten niet gezond zijn. Wat men bijvoorbeeld schadelijk noemt is het bewust onderdrukken van natuurlijke functies zoals eten, slapen of de liefde bedrijven. En het tegenovergestelde is ook schadelijk, namelijk je er te veel aan overgeven.

Je zou kunnen zeggen dat je verdiepen in je eigen gewoonten en hoe je omgaat met je lichaam je de kennis biedt om meer in balans te zijn. Gedrag vanuit onwetendheid, hebzucht en agressie en daarnaast het vasthouden aan het ego zijn de voornaamste gevaren voor onbalans in lichaamsenergieën.

Wat ik interessant vind en ook herken is de genoemde schadelijkheid van het bewust onderdrukken van natuurlijke functies. Ik ervaar tijdens werk dat ik in stress soms kan vergeten te eten of dat ik geen rust of pauze neem terwijl ik wel voel dat het slim zou zijn. Voor mij klinkt het dus best logisch en verstandig om hier naar te kijken en dit niet te negeren of onderdrukken.

De Tibetaanse geneeswijze

De geneeswijzen richten zich op de balans tussen wind, gal en slijm en het herstellen of in stand houden van deze balans. Deze lichaamsenergieën circuleren door het lichaam en worden vanuit een holistische visie in verband gebracht met onder andere persoonlijkheid, jaargetijden, leeftijd, voeding, gedrag en fysieke omgeving.

Methoden voor diagnose zijn veelal op basis van polsslag en urine. Men gebruikt bijvoorbeeld geneeskrachtige kruiden, elixers, acupunctuur en genezing vanuit kennis of helend bewustzijn om daarmee het organische systeem als geheel weer te herstellen.

Een goede arts dient naast academische deskundigheid ook tot de juiste innerlijke eigenschappen te beschikken. Er is liefde, vriendelijkheid en mededogen benodigd ten opzichte van patiënten. Wijsheid en mededogen zorgen voor de juiste aandacht aan de lichamelijke, emotionele en spirituele behoeften van patiënten. De ‘ideale dokter’ vanuit het boeddhisme combineert daarom medisch inzicht met wijsheid en mededogen.

In de volgende vier alinea’s zal ik langs een aantal belangrijke thema’s/ideeën lopen die ik tegenkom binnen de boeddhistische geneeskunst.

Lijden

Het lijden ontstaat vanuit onze voortdurende pogingen om onszelf een vaste plek te geven binnen een eeuwig veranderd universum. De overdreven gehechtheid aan het lichaam en identiteit zorgen daardoor enkel voor lijden.

Door middel van meditatie verdwijnt geleidelijk de identificatie met het ego en ontwikkelt inzicht in de veranderende aard van alle bestaan. Het volledige inzicht leidt tot het zogenaamde Nirvana, het einde van alle lijden. Mededogen en verlichting van menselijk lijden staan centraal in de boeddhistische geneeskunst.

Universeel verbonden

De ware genezing begint binnen onszelf wanneer we ontdekken dat we verbonden zijn met grotere krachten van het universum. Ons lichaam is onderdeel van een universeel lichaam en onze geest is onderdeel van een universele geest. Deepak Chopra omschrijft het als ‘ieder mens mag dan afzonderlijk en onafhankelijk lijken, toch zijn we allen verbonden met intelligentiepatronen die de hele kosmos beheersen’.

We willen in het algemeen graag gelukkig zijn en lijden vermijden. We verlangen naar gezondheid met lichamelijk en geestelijk welzijn en willen uiteraard niet ziek zijn. Gezondheid is dus niet enkel van persoonlijk belang, maar is universeel waarbij iedereen een gedeelde verantwoordelijkheid heeft.

Onderlinge afhankelijkheid van geest, lichaam en vitaliteit

De Tibetaanse geneeskunst legt de nadruk op de onderlinge afhankelijkheid van geest, lichaam en vitaliteit. Dit is duidelijk een boeddhistisch aspect van de Tibetaanse geneeskunst. De arts leidt de patiënt richting gezondheidsbevorderend gedrag om daarmee het evenwicht van lichaam en geest te herstellen. Dit zal vervolgens leiden tot fysiek, emotioneel en spiritueel welzijn.

Bewustzijn en harmonie

In de boeddhistische geneeskunst spelen bewustzijn en harmonie een belangrijke rol. Bewustzijn creëert de werkelijkheid, ofwel de verwachtingen van iemand zelf hebben invloed op het resultaat. Om deze reden moet gewaarzijn, aandacht en intentie deel uitmaken van de gezondheidszorg en niet enkel bijvoorbeeld medicijnen, bestraling of chirurgie. De bewustzijnstoestand is immers het belangrijkste element in het genezingsproces en kan daarom niet genegeerd worden.

Een oud boeddhistisch gezegde luidt: ‘Als je wilt weten waar je in het verleden mee bezig was, onderzoek dan nu je lichaam. Als je wilt weten hoe je lichaam er in de toekomst uit zal zien, kijk dan waar je nu mee bezig bent.’

Deepak Chopra zegt dat ‘volgens boeddhistische opvattingen de transformatie van geest en lichaam begint met de ervaring van sunyata – de zuivere, onmeetbare potentie van alles wat er ooit was of zal zijn’. Ik kan me voorstellen dat dit wat zweverig klinkt. Ik interpreteer het als een soort geloof, visie of vertrouwen. Het geloof of vertrouwen dat nodig is om geest en lichaam naar ‘genezing’ te sturen. De bewustzijnsverandering brengt een transformatie in het lichaam teweeg. Ik wil vanuit dit bewustzijn de koppeling leggen tussen de boeddhistische geneeskunst en de westerse gezondheidszorg met behulp van het placebo-effect.

Placebo-effect

De westerse gezondheidszorg gaat uit van wetenschappelijk onderzoek en het placebo-effect is een interessant fenomeen dat ik graag gebruik om een koppeling te maken tussen de boeddhistische geneeskunst en de westerse gezondheidszorg.

Een placebo is een nepmedicijn dat zelf geen genezende werking heeft. De patiënt zelf weet niet dat hij een placebo krijgt, maar denkt dat hij een geneesmiddel gebruikt. Een patiënt kan positief of negatief (ook wel nocebo-effect) reageren: de klachten kunnen verdwijnen of er kunnen bijwerkingen ontstaan die de patiënt verwacht.

Het placebo-effect is een psychisch effect en draait om de verwachtingen die iemand heeft en het uitkomen van deze verwachtingen. De verwachting wordt uiteindelijk werkelijkheid, enkel door de kracht van gedachten en geloof in die ‘richting’. Dit betekent dat je jezelf ziek kunt denken met beperkende gedachten en emoties, maar ook dat je jezelf kunt genezen vanuit vertrouwen, geloof en positieve gedachten.

Uit verschillende onderzoeken blijkt een aantal zaken over het placebo-effect. Het belangrijkste voor het placebo-effect blijkt de inzet en het (zelf)vertrouwen van de behandelaar te zijn. Hoe meer zekerheid en geloof de behandelaar toont, hoe groter het placebo-effect zal zijn. Als de arts ook zelf niet weet dat het middel een placebo betreft, zal het effect nog groter zijn. Dit is vastgesteld bij een onderzoek waarbij de arts en de patiënt allebei niet bekend waren met het feit dat het middel een placebo betrof.

We zien dus samengevat dat vertrouwen en geloof een geneeskrachtige werking kunnen hebben. Daarnaast zien we dat beperkende gedachten en emoties ervoor kunnen zorgen dat we daadwerkelijk ziek worden.

Gezondheidszorg in het westen vs. boeddhistische geneeskunde

In de westerse samenleving heerst er nog een vrij materialistische manier van kijken naar ziekte en gezondheid. De basis is het lichaam en men kijkt vanuit de problemen/ziekte naar genezing door dit als het ware weg te willen nemen als ‘los’ onderdeel. Er wordt niet altijd ruimte geboden aan spiritualiteit. In de westerse cultuur lijkt er meer gehecht te worden aan het ego, identiteit en het lichaam, terwijl vanuit het boeddhisme meer naar onthechting en juist het geheel van lichaam en geest wordt gekeken.

In het boeddhisme is het fysieke lichaam een nevenproduct van subtiele aspecten van ons bestaan. De geneeskunst richt zich dan ook op het beïnvloeden van deze subtiele aspecten om daarmee ons inzicht te transformeren. Er wordt gewerkt aan gedachten, gevoelens, emoties en begeerten die vervolgens doorwerken in het fysieke lichaam. Er is dus sprake van een geloof in een eigen helend vermogen dat als het ware geactiveerd kan worden.

Eigenlijk is de Tibetaanse geneeskunde daarmee zeer preventief en richt het zich continue op gezondheidsbevorderend gedrag zoals kennis, voeding, slaap, bewustzijn en rust/meditatie. Ziekte leert ons over de vergankelijkheid van het bestaan. Wijsheid die ontstaat uit meditatie wordt beschouwd als belangrijkste medicijn. Uiteraard betekent dit niet dat je zomaar jezelf kan genezen in elke situatie, maar het toont wel aan hoeveel invloed je hebt om je eigen gezondheidsbevorderend gedrag te stimuleren.

Positieve Gezondheid

Er zijn wel ontwikkelingen te zien in de gezondheidszorg waar we meer aansluiting zien tussen het boeddhisme en de westerse gezondheidszorg, zoals het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’. Positieve Gezondheid is een bredere kijk op gezondheid waarbij de aandacht verschuift van ziekte naar de mens zelf.

Er wordt een invalshoek gekozen waarbij het om een betekenisvol leven van mensen gaat met de nadruk op veerkracht, eigen regie en aanpassingsvermogen. Bij Positieve Gezondheid staat wat de persoon zelf belangrijk vindt centraal en waar die persoon aan wil werken.

Ik denk dat Positieve Gezondheid meer aansluit bij de mens als geheel en het universele aspect van gezondheid. Op het moment dat aandacht enkel naar problemen gaat, zal dit de kans op negatieve beperkende gedachten stimuleren. Dit vergroot de kans op problemen (nocebo-effect). Als de aandacht echter verschuift naar een betekenisvol leven zullen juist meer gedachten daarover ontstaan. Dit zal gezondheidsbevorderend gedrag stimuleren.

We zien dus al dat er in de westerse gezondheidszorg bewegingen zijn om minder te kijken naar ‘geïsoleerde’ problemen, maar juist meer naar de persoon als geheel.

Samengevat

Uiteraard is dit geen alomvattend verhaal wat betreft de boeddhistische en westerse geneeskunde, maar eerder een korte verkenning tussen twee zeer verschillende denkwerelden.

Het belangrijkste dat we kunnen leren van de Tibetaanse geneeskunst is om breder te kijken naar gezondheid en de mens. Het is te kortzichtig om naar gezondheid te kijken als iets dat overblijft bij de afwezigheid van ziekte of problemen. Daarom is het goed om aandacht te hebben voor de mens als geheel en gezondheidsbevorderend gedrag op gebieden zoals kennis, voeding, slaap, bewustzijn, en rust/meditatie.

We kunnen meer aandacht besteden aan het transformeren van mogelijke zelfbeperkende gedachten/emoties en de invloed erkennen van geloof en vertrouwen in het proces van genezing. Dit hoeven we overigens niet te doen vanuit een boeddhistische bril, maar kan vanuit een breder westers perspectief zoals Positieve Gezondheid. De boeddhistische geneeskunst zal op haar beurt kunnen leren van bijvoorbeeld de methodiek en analyse binnen de westerse gezondheidszorg.

Als we meer vanuit denkwijze, voedingswijze en leefwijze van een persoon gaan kijken zal de gezondheidszorg wat mij betreft verbeteren en zullen we vaker bezig zijn met oorzaakbestrijding in plaats van symptoombestrijding. Een stukje meer aandacht naar elkaar als geheel zonder snelle oordelen is hoe dan ook een mooi streven!

– De Boeddhist –

Geïnteresseerd in boeddhisme? Voor interessante boeken over boeddhisme kun je hier klikken.

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *